Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

119

qadim Ibtidd' chdliq alasjjd' djawhar awwal, noer Allah en aljdn thdbitah (één is er dus vergeten). In verband met het bovenstaande behoeven deze namen geen afzonderlijke bespreking. Hoe de uitwerking dezer namen alleen den buitenkant raakt, blijkt uit de opsomming der zeven rdhsa's die de wahdat omvat Deze zijn de correlaten 'isjg, ldsjiq en matsjuq, min, minnaar, en beminde, waarmee de aard van dit stadium van eerste zelfontplooiing geregeld wordt omschreven, èn de vier aspecten van het goddelijk wezen, djalal, djamdl, kamdl enkahar. Hierop gaat de schrijver dan weer in.

Deze vier sipats, openbaren elk weer vier lakoe's, djamdl b.v oud, jong, gced, slecht; zij zijn vervat in de acht eigenschappen, die in Allali akbar liggen opgesloten. Lahir van deze acht eigenschappen zijn weer de bekende twintig, die hier het wezen van den roh ilapi genoemd worden. Zoo wordt alles aan alles vastgepeinsd.

Wahidi jat.

De verborgen geest, ook de roh rohanijat of roh soetji genoemd, vermengt zich met vierderlei zaken, n.1. de vier elementen, en de vier spermata, en heet dan doerijat Adam (zie boven), de kiem der gansche menschheid. Dan volgt een uiteenzetting van de stadia in de geestelijke ontwikkeling des menschen.*)

'Alam alarwah.

Deze openbaart zeven soorten leven, n.1. roh, taqal, kalam, woedjoed, cilm, noer en sjoehoed. Met deze woorden zijn bedoeld het leven, de rede, de spraak, het zijn, het bedenken, de glans en de overtuiging, die niet in hun tegendeel kunnen omslaan, als eeuwige, onveranderlijke functies dus. De eerste drie termen zijn boven reeds hesproken, de vier andere worden elders, onder den eersten graad van differentiatie opgegeven. Zij veronderstellen alle een agens en een object, woedjoed b.v. een, die tot aanzijn brengt, en dat, wat tot aanzijn gebracht is 2); zij geven dus eigenlijk het stadium aan, waarin de objectiveering een aanvang genomen heeft, het begin van de intelligibele werkelijkheid.

Dat dit hier niet gescheiden is gehouden van het begin van de phaenomenale wereld in het stadium van den cdlam alarwah, blijkt ook uit het releveeren van de noer datijah, het zuivere licht van de goddelijke essentie, eigenschappen en werken, de

1) Rinkes, o. c, bl. 105—109.

2) Kraemer, o. c, bl. 38.

Sluiten