Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

126

Allah sprak: „Zoo gij mijn hevel daarbij indachtig zijt, zult gij zeker kunnen."

Izra'il vroeg: „Mijn Heer vergeve mij al mijn zonden, de groote en de kleine, de openlijke en de verborgene, die vergeve mijn Heer mij."

Allah sprak: „Nu Ik uw zonden vergeven heb, moet gij het groene juweel binnengaan."

Daarop ging Izra'il dn het groene juweel; toen hij erin was, zag hij een groenen edelsteen. Allah beval hem opnieuw daarin te gaan. Hij zag daar een groenen vogel, geheeten, ghaib alhoervijah d.w.z. Geest, wiens poedji was: and 'Ihaqq. Allah herhaalt dan dezelfde vraag en hetzelfde bevel, waarop Izra'il in de garba van den vogel Ingaat en daar een groen licht ziet. In dat licht, zoo leert Allah, is de insdn alkdmil, de volmaakte mensch. (Volgens de andere redactie is de insdn alkdmil dat groene licht).

De volmaakte mensch is de God-gelijke, de representatieve mensch, de openbaring en plaatsvervanger Gods op aarde. Hij verricht de salat bardjah,*) d.w.z. de salat daim alhaqq, het reciet daarbij luidt: „jd hü ana Ihaqq, ja hü ja hü ja hü haqq. Ld haqq wald chalq is de vredesgroet naar rechts. Ld mawdjüd Allah talaïhi ma1 rif at Allah is die naar links. De sjahadat luidt: Nafst wdhidi ld sjdtïka lahu ld ildha illd ana.

Heel zonderling volgt nu in beide redacties een stuk uit een Arabische litanie. Het verhaal gaat dan door:

Toen zeide Izra'il: „Is dan het gedrag van den volmaakten mensch verandering noch beweging, zijn zijn zinnen gedood, is hij gestorven, terwijl hij nog leeft, en wordt van hem gezegd: dood bij levenden lijve".s)

1) Zie bl. 50 en aanteekening 6.

2) Mati sadjroning oerip wordt in de didactische geschriften het eigenlijk levensdoel genoemd. Terecht heeft Kraemer, o. c, bl. 20 er op gewezen, dat de beteekenis is ekstase, niet askese. In zijn Halladj-epos laat aKAttar den stervenden Balladj ook den hadith, waarop deze uitdrukking teruggaat, uitleggen ^Massignon, AlHallaj bl. 438). Cod. Mal. 2016 heeft in denzelfden trant: mati=manjërahkan diri kapada Allah dëngan tadjrid' dan tafrid

Sana Soenoe, hoofdstuk I: Denk er niet over na of uw leven lang of kort zijn zal, dat zijn geen gedachten voor den kawoela (het Horatiaansche tu ne quaesieris, scire nefas, etc., maar in geheel anderen toon gezet). Dat wat men bedenken moet, is te sterven in het leven. Evenzoo de Woelang Reh (M.N.Z.G. XIV, bl. 277). Dit is geheel in overeenstemming met den mystieken achtergrond zelfs van op het eerste gezicht eenvoudige voorschriften. Over alles hangt in dezè didactiek een mystiek waas. Zoo b.v. Sana Soenoe, hoofdstuk 5. Na het verbieden van klee-

Sluiten