Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

130

het kader waarbinnen al deze waarschuwingen en duistere toekomstbeelden gevat zijn, en waarin de volksmond schokkende nieuwigheden, die verwerpelijk geacht worden, geleidelijk invoegt. Mij kan hij de schildering van de vreesehjke toestanden alsdan echter moeilijk buiten de meest voor de hand liggende omkeeringen in de natuur, zoodat het in alle geval vanzelf spreekt, dat deze telkens wederkeeren.

Nu is de eschatologische litteratuur op Java uitgebreid genoeg.

Evenals in de geheele Moslimjsche wewld zijn ook hier verhandelingetjes over het einde der tijden, en wat daaraan voorafgaat, zeer gewilde lectuur. Het mag overbodig heeten deze Möhammedaansche traktaatjes en boekjes hier te beschrijven. Enkele bekende specimina als Ghazali's Kostbare Parel, en de door Wolff uitgegeven Muhammedanische Eschatologie zijn in tekst en vertaling bereikbaar. *) Van speciaal in Indonesië gangbare geschriften kan men uit de catalogi een beeld krijgen; verder heeft Hoezoo reeds in 1869, en in 1883 uitvoeriger, mededeelingen gedaan over een Achir ing djaman geheeten geschrift, dat een wonderlijk mengsel van Moslimsche eschatologie en Javaansche toevoegselen is. *) Prof. Snouck Hurgronje besprak naar aanleiding van een eschatologisch pamflet de wasijjatlitteratuur,3) waarvan een tweede specimen door Poensen gepubliceerd werd.4)

2. De pralambangs van Djajabaja en hun prototype.

Over schilderingen van het einde der tijden zooals die door den Islam zijn gébracht, en de Javaansche adaptaties daarvan, zijn wij dus uitvoerig ingelicht. Ook een tweede soort voorspellingen, zeker van niet minder belang dan die van Moslimsche origine, en vooral in het laatste deel der vorige eeuw van niet minder krachtdadige werking, 'zijn het onderwerp geweest van enkele

1) Ad- dourra al-fakhira, la perle précieuse de Ghazali, par L. Gautier, Genève 1878.

M. Wolff, Muhammedanische Eschatologie, Leipzig, 1872. Babad Iman Mahdi, Cat. Jav. Hss. Leiden, bl. 152.

2) W. Hoezoo, Med. Ned. Zend. Gen. XIII (1869), bl. 307—312, XXVII (1883), bl. 1—43.

3) Dr. C. Snouck Hurgronje V. G. I, bl. 127—144; The Achehnese II, bl. 181—183..

Voor de ontwikkeling van het Mahdigeloof in den Islam, volgens de thans geldende opvatting deel van de eschatologie, zie V. G. I, bl. 147—181.

4) M.N.Z.G. XXXII (1888), bl. 1—23. Dit „tractaatje is gedateerd 5 Juni 1865.

Sluiten