Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

131

artikelen en studies, terwijl zij eveneens door den druk bekend gemaakt zijn. Wij bedoelen de z.g.n. pralambangs of de voorspellingen van Djajabaja, die in en na de zeventiger jaren op Java veel onrust verwekten, terwijl zij ook daarna nog steeds populair bleven. Naar men zegt behooren zij tot de litteratuur, waarmede men wat geheimzinnig doet; wat hiervan waar is, kunnen wij natuurlijk niet beoordeelen. 'Echte of zelfs ook vermeende geheimzinnigheid zal zeker tot de werking op het gemoed hebben bijgedragen, zoowel bij inlanders,- alsook bij Europeanen niet het minst. Wellicht heeft de faam de geheimzinnigheid grooter voorgesteld dan ze in werkelijkheid was,-en de persoon van den informator zal de mate van de tegenover hem betoonde toeschietelijkheid bepaald hebben. Uit het vrij groote aantal, dat de Leidsche bibliotheek ervan bezit zou men tot achterhoudendheid ermee moeilijk kunnen concludeeren. Hoe dit ook zij, het heeft niet kunnen verhinderen, dat deze pralambangs al vroeg bekend zijn geworden. Raffles' History of Java*) gewaagt er al van; ook Roorda van Eysinga in zijn Handboek, *) .en Winter in zijn Zamensprakens) wijden er enkele pagina's aan. Een uitgave van een redactie dezer pralambangs bezorgde De Hollander in zijn Handleiding van 1848. Brandes zegt van deze redactie, dat zij „het gezwollenste is, en dat de schrijver buitensporig schijnt te hebben toegegeven aan zijn fantasie, verschillende benamingen, die vroeger slechts één persoon aanduidden, heeft gesplitst, zoodat zij verschillende personen vertegenwoordigen, althans dat schijnen te doen, en omgekeerd namen die in het prototype voorkomen als toebehoorende aan verschillende personen tot één heeft vereenigd...." 4)

Van de uitgave-De Hollander leverde Wiselius5) in 1873 een vertaling, voorzien van een inleiding, waarin hij met nauw verholen ergernis over de houding onder Europeanen tegenover deze voorspellingen aangenomen, «chrijft: „Waar de geschiedboeken eens volks, hetzij dan in zijn voor- of nadeel, voorspellingen

1) 1. c. II, bl. 40.

2) Handboek der Land- en Volkenkunde, Geschied-, Taal-, Aardrijksen Staatkunde van Nederlandsch-Indië, 1844. deel I, boek 3, bl. 107—111, 491—492. De jaartallen stemmen overeen met die van hs. 84 (8) Ned. Bijb. Gen. (Suppl. Cat Jav. hss. II, bl. 403).

3) L c. I, 363 en volg., II 248 en volg.

4) Dr. J. Brandesjets over een ouderen Dipanegara in verband met een prototype van de voorspellingen van Jayabaya. T.B.G. XXXII (1889), bl. 406.

5) J. A. B. Wiselius, Djaja Baja, zijn leven en profetieën, Bijdr. III—7, bl. 172—207.

Sluiten