Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

146

leiding om zoo over de kalijoega uit te pakken, edoch, deze paswara is wel de. meest drastische beschrijving daarvan.

„Menschen die zoodanig handelen hebben er genoeg van mensch te zijn en voor hun zieleheil te zorgen. Komen zulke menschen ie sterven, zoo zullen zij wedergeboren worden als hond, of als een mensch van de allerminste soort, met de laagste neigingen behept, zooals het uitoefenen van vleeschelijke gemeenschap door ïmannen onder elkaar, of door vrouwen onder elkaar. Aldus zal het geschieden (tijdens de kalijoega), men zal niet meer afweten van hoog of laag geplaatst, op de geheele wereld wordt alles gelijk. De hitte zal onverdrageüjk zijn, de stof zal opdwarrelen, het padigewas mislukken, het land te gronde gaan. In elke desa zal oorlog uitbreken, .ziekte zal heerschen, zoowel koude als warme koortsen en opzetting des buiks met vermagering van het lichaam. Krankzinnigheid zal door alle deuren binnendringen, de menschen geven niet meer om hun meester, zij vreezen vader noch moeder," vragen niet meer naar vriend of maag. Zij weten niet meer waarnaar zich te richten; het is voor hen stikdonkere nacht.

Aldus zal het gedrag zijn der menschen tijdens de kalijoega.

Daarom worden, naar men zegt, in de tijdperken kèrta-, treta-. en doewaparajoega de bcoze geesten nog vastgehouden in de hel, waar zij het aanbrandsel zijn van de hellepannen (ëntip katvah). Zoo zij in deze drie tijdperken reeds op aarde komen, dan is het in den vorm van wildernis, onkruid of alangalang. Naderhand, wanneer de kalijcega aanbreekt, wordt het aanbrandsel van de hel bijeengeschraapt, en worden van dat uitschraapsel menschen geschapen, die allerlei slechts begaan, de goede menschen lastig vallen, zich schuldig maken aan de „astadoesta" en de „sadtataji", of aan schending der zeden, in wie alle booze geesten en duivels gevaren zijn. Hetgeen er gebeurt in de kalijoega is vermeld in het geschrift„Siofeawiara". Het lezen daarvan bracht ongerustheid en angst in de harten der rechtvaardigen, der priesters en van den vorst. Zij vreezen meegevoerd te zullen worden door den stroom van de bandjir in die tijden van onrust. Daarom worde ernaar gestreefd dezen stroom af te wenden door gezamenlijk overleg." *)

Zoo blijkt dus ook hier het handhaven van de rechtsorde niet louter te geschieden om den goeden gang van zaken in de samenleving te bestendigen. Het koninklijk werk reikt verder dan dat, het is van kosmische beteekenis. De dharma — beter woord dan

1) o. c, bl. 92—95.

Sluiten