Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

150

verplichte offeranden op godsdienstige feesten"; *) hoe te handelen bij pokziekte, 2) enz. Ook de werkzaamheden der acht lokapala's, die een verst hij zijn bestuur van het land in zich moet vereenigen, komen herhaaldelijk ter sprake; zij worden hier de astakamidhi3) genoemd. Deze zijn bij de Javanen van thans als de astabrata nog zeer goed bekend,4) vooral doordat in de Rama van Winter er zeer breedvoerig over wordt uitgeweid.5) Ook komen zij voor, behalve in de Nitisruti, in het Cmtakaparwan, en in de De Gunati.") De ons meest bekende plaats is echter Oudjavaansch Ramayana, zang XXIV, strophe 51—60. De geheele episode waar dit stuk een gedeelte van is, komt, naar men. weet, in het Sanskrite.pos niet voor, althans niet in de Bombay-editie. De Bengaleesche editie, die door de uitgave-Gorresio wordt vertegenwoordigd, heeft een dergelijk stukje in het tweede boek.') Op de overeenkomstige plaats, het gesprek tusschen Rama en Bharata na den dood van Dacaratha, heeft het Oudjav. Ram. (III 76) slechts de vergelijking met zon en maan. De vergelijking van den vorst met de acht lokapala's komt in Manu eenige malen voor;8) vergelijking mét vijf goden is in de Sanskrit-litteratuur evenmin ongewoon — in het Mahabharatas) zijn het Agni, Aditya, Mertyu, Vaicravana en Yama, in het Markandeyapurana 10) Indra, Surya, Yama, Soma en de Maruts — terwijl in-het Agnipurana gezegd wordt, dat een vorst de functies van negen goden uitoefent.")

Om echter tot ons handschrift terug te keeren, het bevat ook

1) v. d. T. s. v. jaya; vgl. het s. v. tëlu uit de Usana bali over hetzelfde onderwerp geciteerde.

2) v. d. T. s. v. jinah, rimah.

3) v. d. T. s. v. widhi 2, 2e citaat.

4) Poerbatjaraka in Bijdr 80, bl. 260.

5) C. F. Winter, Rama, een Javaansch gedicht in de bewerking van Jasa dipoera, Verh. Bat. Gen. XXI (1847), bl. 512 en volg.

6) Zie Vreede. Cat. Jav. hss., bl. 273, 374; Cantakaparwa bl. 65. Brandes, Beschrijving der Hss. van v. d. Tuuk ƒ, bl. 238. Juynboll.SitppZ. cat. Sund. hss., bl. 81, 134, 135.

7) Dit maak ik althans op uit Bóhtlingk Indische Sprüche le druk No. 4037, 3640, 1869, 2321, 2751, 1747, welke ontleend zijn aan of gedeeltelijk gelijkluidend met Ram. ed. Gorresio 2:122, 18—24.

' Een exemplaar van deze editie ontbreekt nog steeds in de Leidsche biblotheek; daar er in deze spreuken sléchts 6 goden genoemd worden, is niét uit te maken welke naast Agni nog wordt genoemd, Kuvera of Përthivi.

8) V 96; VII 4—7; IX 303—313.

9) Mahabh. Sh&ntip. Rajadh. cl. 2574—2581 (LXXXVIII 68).

10) Markandeyapurana 27 cl. 21—27.

11) Indra èn Yama uit Manu IX 303—313 vervangen door Hari en Manu Vaivasvata;; naast Përthivi ook Kuvera nog. Ghoshal. o. c, bl. 225, 226 citeert voor vijf- en achttallen nog andere plaatsen

Sluiten