Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

151

strafbepalingen t.a,v. personen, ■die zich aan misdrijven van allerlei aard schuldig maken; niet alleen vergrijpen tegen de scheiding der kasten, die ritueele onreinheid veroorzaken, maar ook misdrijven tegen de goede zeden. *) Verder allerlei huwelijksbepalingen, vooral in het laatste gedeelte van het handschrift; ook een stuk, dat wel aan een Ars amandi ontleend lijkt,s) enz.

Aan het boven uit de Lomboksche paswara's geciteerde herinnert sterk de bedreiging tegen den cüdra, die de kennis en de heilige boeken van een wiku tracht te verwerven. Bij den wereldondergang zal hij in de hel vallen, en zijn ziel zal daar blijven; wanneer een cüdra aanmatigend optreedt tegen een wiku en zich op macht of kennis beroemt, en de geheime leerboeken van een vnku gebruikt, zal hij bij zijn dood tot aanbrandsel van de hel worden.3) Ook hier een schildering van de rampen, die een gevolg zijn van het verwaarlopzen van de heilige schrift; er wordt gewezen op de noodzakelijkheid dat er een wikugeslacht is, dat de patirthan der vorsten is, en den goeden gang van zaken, die in het rijk geschapen is na den dood van Rakatabyüha, handhaaft.4) Tegen verdorven wiku's, waarvan enkele voorbeelden als wiku raksasa en wiku picaca in hun funesten invloed op het land worden beschreven, wordt gewaarschuwd; hun optreden zal doen blijken, dat het einde van de yuga nabij is.5) En wanneer het einde daar is, zal de wereld in vérwarring zijn, de vorsten zullen elkaar beoorlogen en elkanders dood zoeken, vol hevigen wrok jegens hunne vijanden. Er is geen behoeder des lands, alle heerschappij is vernietigd, daar een ieder vorst wil zijn. De wereld

uit de latere litteratuur en wijst er tevens op, dat het goddelijk gezag der vorsten öp twee wijzen verklaard wordt: The idea of

the king's divinity is presented in two distinct forms

namely that involving the equivalence of the king's functions to those of the deities and that signifying the king's creation by the Suprème God out of the divine elements.

Het Matsyapurana combineert beide beschouwingen (CCXXVI 1—12).

In het Cantakaparwa bl. 65 vraagt Aniruddha zijn grootvader Arjuna: Punapi tingkah ing angadëg ratu? Dan worden 13 brata's opgesomd, op bl. 11, 12 zelfs 16. Na het eerst genoemde volgen de lessen die Yudhi«thira gaf aan Parikijit voor hij zich op den berg Gandhamadaha terugtrok. Ook hier wordt het bezweren van het verderf als reden voor'het onderricht genoemd. Nog één dag en één nacht, en het verderf komt, behoed dus de wereld.

1) v. d. T. s. v. kumara, lèmëh, sadak.

2) v. d. T. s. v. smara 2e citaat.

3) v. d. T. s. v. dwilatëk, QÜdra.

4) v. d. T. s. v. bhü1,e.

5) v. d. T. s. v. walatung, picaca.

Sluiten