Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

175

„Wat is uw ilmoe?" — „Mijn ilmoe is dat de rasa sadjati mijn wezen is."

„Wien volgt gij in uw gedragingen?" — „Ik volg de gedragingen van het voorgeslacht, jaikoe pêrkoempoelan rasa. De rasa zetelt in eiken klop van het juweel des harten, in eiken knop van de melatibloem. O de groote, o het zijn ervan, geen volmaakt zijn! (?rasa ikoe loenggoehe sapoeke manik djëdjantoeng sakoedoepe kembang moelati, ja gëdene ja waedjoede, adja woedjoed sampoerna).

Wie in het jaar alip de bovenvermelde vragen van de vier vorsten niet zal kunnen beantwoorden, die zal door hunne legerscharen worden verslonden. Als sidèkah om het kwaad af te wenden, moet men aanrichten een maaltijd van gekookte rijst, in evenveel ballen gekneed als er leden van het gezin zijn, ter eere van den godsdienstvorst, alle profeten en heiligen; ook de donga ter afwering van rampen, en het kennen van de sjahadat van den godsdienstvorst heeft, zoo Allah wil, zegenrijke gevolgen in deze en in de andere wereld.

In een ander boekje van de Imam-Boentara-serie worden de legers der dedèmitvorsten uitvoerig beschreven. Het stukje dient zich aan als een lajang Djajabaja, maar behoort geheel tot de stof, die hierboven gedeeltelijk werd weergegeven. Allerlei verschrikkingen zijn hier samengebracht om de menschen te doen ijzen voor hetgeen hem te wachten staat, die niet is voorbereid. Uit het Zuiden komt de dedemitvorst Taragnjana, *) met een leger dat als nevel en mist komt opzetten. De duivels die er deel van uitmaken, hebben allerlei gedaanten, vliegen, boschmuggen, duizendpooten, schorpioenen, slangen, tijgers, alle even giftig. Uit het Oosten komt Njai Rara Kidoel 8) met Soenan Lawoe en hun

1) Deze quasi-eigennaam, het nog niet verklaarde woord taragnjana of tarandjana, dat waarschijnlijk wel een soort van tooverij of bezwering aangeduid zal hebben, wordt met anëluh en andesti opgegeven als te vallen onder atharwana, bezwering, een dér zes atatayin's, waarover men iets kan vinden bij Jonker diss bl 221— 222 vgl. ook art. 178-181, en de bij v. d. T. s.v. opgegeven plaatsen. Zeer gewoon is de combinatie toedjoe-teloeh-tarandjana in allerlei bezweringsmantra's, ook in roewatlakons- vgl v dT s.v lipruh Toedjoe, in verwante talen „wijzen" beteekenend, zou wellicht het wijzen met bepaalde handhoudingen kunnen zijn waaraan men ook op het oude Java krachtige uitwerking toeschreef. In de strijdscenes op de reliëfs kan men er enkeleonderscheiden.

2) Z|73°Vei de "konin8in van het Zuiden" Wilken, V. G. III, bl. 271

Sluiten