Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

184

zonden te geven en duidelijk te maken." *) Deze figuren zullen door zijn aanhangers ongetwijfeld als daerah's van den goeroe ontvangen zijn. Ook de wajang en de gamelan werden niet onbenut gelaten, en men zong de door Coolen vertaalde geloofsbelijdenis in tembang.

Moest dit optreden al succes hebben, dit werd nog veel grooter toen Coolen begon met de prediking van Christus als den ratoe adil, waarvoor hij zeide in een droom van Noach de opdracht te hebben gekregen. *) Het lijdt geen twijfel of een uitbarsting van den Keloet,8) die verwoesting aanrichtte tot in het Ngorosche toe, heeft aan den indruk van deze prediking nog kracht bijgezet. De uitbarsting heeft zeker als een teeken gegolden. Allerwegen snelde men dan ook naar Gooien toe, want in de nabijheid van den heraut van den ratoe adil zou het verderf de getrouwen zeker sparen.

Dit geloof aan Christus als den ratoe adil heeft zeker ook bestaan in de gemeenten, gesticht door de personen, die met Coolen in aanraking gekomen en bekeerd zijn; het was iets dat onmiddellijk pakken moest. Het Christendom zooals dat omstreeks 1848 door propaganda van Javaansche bekeerlingen als een nieuwe ngelmoe verspreid was in Soerabaja, Kêdiri, Madioen, en Pasoeroean, zal zijn voortgang ook zeker daaraan verschuldigd zijn geweest. Ook in de volgende decenniën werd de nieuwe ngelmoe, die intusschen nog zeer veel op de oude geleek, nog steeds gepropageerd, onder meer door zekeren Toenggoel Weeloeng, later geheeten kjai Ibrahim (gest. 1885), die te voren op den Keloet tapa verricht had, en op wonderbaarlijke wijze bekeerd was geworden. Kjai Ibrahim ontleende aan die ontwikkeling grooten invloed en trad geheel op in den trant der gewone adjars, terwijl hij ook als doekoen gezocht was, waarbij de magische practijken op den ouden voet werden voortgezet, alleen met Christelijke termen in de prevelgebeden, zooals men dat overal — ook in het volksgeloof ten onzent nog — vindt, waar het Christendom over een magische cultuur heengekomen is.

Een andere belangwekkende figuur uit dezen tijd is de in zendingskringen overbekende Sadrach (gest. 1924), in zijn jeugd als santri geheeten Radin Abbas. Deze Abbas werd door den

1) L. Adriaanse, Sadrachs Kring, Leiden 1899, bl. 6.

2) o. c., bl. 7.

3) Welke, vonden wij niet vermeld. Hier kunnen die van 1835, 1848, of 1851 in aanmerking komen; waarschijnlijk is de eerste bedoeld.

Sluiten