Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

190

economisch blijven zou, was tot vóór het doordringen der WeStersche strijdmiddelen, organisatie, staking, e.d., onmogelijk, waar juist de middelen van verweer langs bovennatuurlijken weg werden verkregen.

Een andere verdeeling, die men zou kunnen beproeven, is die naar den aard van datgene wat de beroering teweegbracht. Dan zou men oplevingen van godsdienstzin, die niet het gevolg waren van krachtdadige actie van de zijde der orthodoxie, zooals de vrees door wasijjats verwekt, kunnen onderscheiden van min of meer nationalistische verwachtingen, gewekt door het oprakelen der oude profetieën van Djajabaja in een of anderen vorm, of door soortgelijke voorspellingen. Maar ook deze indeeling, hoewel misschien nog te verkiezen boven de vorige, scheidt te scherp de elementen, die in het volksbewustzijn een zekere eenheid vormen, de gedachten van een goeden, rechtvaardigen tijd, waarin de godsdienst geëerd en algemeen betracht is, de vorst geen kafir zal zijn, en alle verhoudingen door recht en billijkheid beheersoht. Deze tijd zal komen vóór het einde daar is; dan zal ook de Mahdi komen, en men weet soms niet meer dat de verwachte ratoe adil en de Mahdi geenszins het centrum van dezelfde verwachtingen zijn. Deze lijken voor den kleinen man zoo precies op elkaar wat zijn positie betreft, dat een verwarring der beide figuren, waarbij die trekken, die het meest spreken, natuurlijk bewaard zijn gebleven, voor de hand ligt. Dikwijls echter lijkt het of men eenvoudig een nieuw etiket heeft aangebracht op de oude waar.

Over het algemeen vindt men dan ook wel den naam van den Mahdi, maar bitter weinig van zijn algemeen-Moslimsche trekken. De gewone verhalen van zijn optreden zijn buiten de specifiekMoslimsche tractaatjes over wereldeinde en opstandingsdag geen gemeengoed der toekomstverwachtingen geworden. Daarmede zijn de Djajabaja-verwachtingen, waar wij die als verwekkers van onrust zien, echter niet tot zuiver Javaansch-nationalistisch gestempeld. 'Het Moslimsch milieu doet steeds in meerdere of mindere mate zijn invloed gelden, zooals vooral bleek in de boven weergegeven verhalen van Imam Moeradin. Daarin is de in dezen tijd edelste genealogie voor den godsdienstvorst gevonden, maar de geheele gedachten wereld is Javaansch; men zou kunnen zeggen: dezen ratoe adil heeft men een Moslimsch vorst willen doen zijn, maar heeft daarmede den aard van eigen Islam zoo duidelijk mogelijk uitgedrukt.

Sluiten