Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sacramenteele, heeft deze niet meer noodig. De droom van Geftrud von Helfta, bij Heiier, Katholizismus bl. 536, verhaald, toont dit overduidelijk. Toch verbinden de groote mystici trouw aan de kerk met bovenkerkelijke vrijheid. Catharina van Genua, die 25 jaar op den geestelijken weg volhardde zonder de hulp van eenig schepsel, is de „denkbar treueste und ergebenste Tochter der Kirche" geweest. Heiier merkt naar aanleiding van deze figuren op: „Diese Kirchenliebe und Kirchentreue, diese Fahigkeit sich einer auszeren Kirchenautoritat zu beugen, der sië innerlich weit ubwlegen sind, beruht nicht auf „quietistischer Passivitat", auf kontemplativer Schlaffheit und Schwache, sondern auf einer unendlichen geistigen Weite. Sie sind wahrhaft freie Menschen, ihre herrliche Freiheit ist für sie unverlierbar, darum können sie sich allen auszeren Kirchenordnungen und Kirchengesetzen fügen, von denen ihre innerste Gottesgemeinschaft unberührt bleibt" (o. c. bl. 537—539).

Het komt mij voor dat voor de waardeering van een figcur als Hamza dit gezichtspunt eveneens vruchtbaar zijn kan, en wel vooral om zijn houding tegenover de uiterlijke betrachting der godsdienstplichten te verklaren. Immers het gaat toch niet aan dat wij uit zijn betuiging van een eeuwige vereeniging met den Heer voor hem nu de conclusie zouden trekken dat hij de wetsbetrachting te boven zou zijn, en hem, waar hij dit standpunt niet inneemt, zouden beschuldigen van opzettelijke vermomming van eigen inzicht. Terecht maakt Kraemer, o. c. bl. 44 noot 6, de opmerking dat hier een der belangrijkste vragen op het gebied van de psychologie der mystiek ligt, waarvan men zich met moderne rationalistische oordeelvellingen nog veel te gauw afmaakt. Uitingen als van Niffarf (Nicholson, The mystici of Islam bl. 72 en volg.) vinden meer weerklank bij ons, juist omdat ze „rationeeler" zijn. Maar wie niet zelf wil beslissen welke „Uiterlijkheden" der religie hij volgen wil, is van een ander, zeker meer religieus, type. Men mag geen uiting, die men in zijn, schema niet plaatsen kan, als onoprecht kwalificeeren; in dat geval is er eer aanleiding dat schema te herzien. Misschien komt men dan voorloopig niet verder dan beschrijving, waar de verklaring den onderzoeker nog bijzondere eischen stelt (vergel. Archiv für Religionspsychologie I bl. 257, opmerkingen naar aanleiding van Ferrando La pskologia del misticismo, in Psiche, Anno I Nr. 4, 1912, en de methodologische opmerkingen van Massignon in zijn Halladj-boek).

Vorm is voor den geloovige niet indifferent, en logische gevolgtrekkingen te maken die de geloovige zelf niet trekt, staat ons niet vrij.

Overigens zijn gevallen van „consequente" mystici, en uitingen van gelijk-, en minachten van allen bestaanden godsdienstvorm, in Indonesië evenmin ongewoon als in de Perzische mystiek b.v. En ook de ilmoé kawoela-goesti is universeel opgevat. „Zelfs een Chinees

Sluiten