Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

200

en een Hollander, die de vierledige kawoela-goestiwetenecbap bezit, is, al mag hij naar het uiterlijk een ongeloovige zijn, met deze wetenschap beminde Gods, want op ras wordt niet gelet. Al zou iemand echter bij duizend goeroes geleerd hebben, een profetennatuur bezitten, en Uit duizend boeken hebben gengadjid, zonder deze wetenschap is hij een „kapir paneloehan", ook al zou hij door de lucht kunnen vliegen en door vuur kunnen gaan" (hs. 137 bl. 15—16).

Het is opmerkenswaardig hoe dit dezelfde wondergaven zijn, die ook door Hamza verworpen worden. Wellicht werkt zijn invloed hier nog door.

Merkwaardig is de quasi-philosophische fundeering, waarop alGhazall in zijn Misjkdt alanwdr den plicht tot uiterlijke en innerlijke godsvereering tracht te bouwen. Hij. gaat daarbij uit van de gedachte dat alles in de Aagere wereld wellicht zijn correlaat heeft in het rijk der geestelijke dingen. Elk type heeft zijn antitype. Daarom kan men de uiterlijke dingen maar niet zonder meer nalaten. „The men, in fact, who combines the two things, he is the perfect man; which is Wat is meant when it is said: The perfect man is the one who does not let the light of his knowledge quench the light of his révérence". Hetzelfde principe wil alGhazali steeds toegepast zien, bij de verklaring van alle zgn. symbolische taal in den Koran en in de traditie vooral, maar eigenlijk gaat het overal op. De menschelijke geest is de wddi almuqaddas (Koran 20:12; 79:16), de heilige vallei, het kanaal waardoor de manifestaties der goddelijke transcendentie geleid worden. (Zie W. H. T. Gairdner, AlGhazdW» Mühhdt al-Anwdr, The niche for KghU, Londen 1924, bl. 2, 78, 70).

AANTEEKENING 4.

Napas, tanapas, anpas, noepoes.

Dit ademviertal ontbreekt zelden onder de geliefde reeksen van vier, hoewel het meestal evenmin als andere termen daarbij verklaard wordt. Enkele teksten wijden echter min of meer uitvoerige besprekingen aan den adem, 't zij op zichzelf,öf in verband met dikirpraktijk. In het onderstaande is hetgeen mij daarvan onder de oogen kwam, in hoofdzaak weergegeven. Het gemis van een bewerking der gegevens die de Oudjavaansche toetoers o.a. ook over den adem en de ademtechniek van den ouden tijd bevatten, liet zich hierbij zeer pijnlijk gevoelen. Nu is men verplicht te hooi en te gras bijeen gegaarde data als eenig vergelijkingsmateriaal te benutten. Alleen de Sang hyang Kamahdydnikan biedt wat meer houvast, maar heeft als Buddhistisch werk uit den aard der zaak een afwijkende nomenclatuur.

In de Oudjavaansche geschriften zijn de pancabayu of pancaprana (prana, apftna, samana, udyana, en byana) der

Sluiten