Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

203

den uitgaanden adem is de fijnheid van bij Hem •)• Tanapas is de adem, die in- noch uitgaat uit het lichaam, maar er in verwijlt als een foetus in den moederschoot; hij is een gunstbewijs des Heeren, zijn lof geldt den Heer, hij is in de „samad" *) des Heeren, met het Zelf-). De ingaande adem gaat verder dan alle dwaling (anglangkoengi ing sasar kabeh), de uitgaande adem gaat verder dan alle werelden. De aksara bestaat uit vier letters, n.1. die van Allah. Hier is Allah de heilige syllabe geworden, de aksara (om) van de toetoerspeculaties. Soms wordt ook de takbir genoemd de aksarasta, wat toch wel heel sterk herinnert aan de triyaksara *), pancdksara '), dacdksara °) cn wat dies meer zij.

Elders wordt gezegd dat de aksara van den ten hemel opstijgenden adem luidt: hoe hoe, die van den naar de aarde afdalenden adem jd jd Met het ademhalen dikirt men dus jd hoe, jd hoe. Ook dit sluit aan bij hetgeen van Indië en het oude Java bekend is. Het is de prdndgnihotra, het offer, dat door hem die weet zonder ophouden gebracht wordt, en waardoor het geheele leven een lofprijzen van het universeele goddelijk wezen wordt (zie b.v. Oltramare, Mstoire des Idéés thêosophiques dans VInde I bl. 70, en voor Java cod. or Leiden No. 3893 bl. 14, waar onder de plichten der satnya's wordt opgesomd: wruh ing sakala niskala . . . wruh drösning umanjing mijil ing sarira, wruh pakëtëkan ing bayu sabda hidëp wruhanng tanpa reke rüpa warnna yatika sinanggah puja jatmika). Deze diep religieuse gedachte is, naar Oltramare o. c. bl. 326 het uitdrukt, gematerialiseerd, en men heeft in het geluid van den in-en uitgaanden adem willen hooren: so'/iam (omgedraaid hamsa, de gans, als symbool van de ziel), Hij is ik.

De 21.600 dagelijksche ademtochten worden zelfs als het gebed zonder woorden (ajapamantra) tusschen de verschillendegoden verdeeld7)

Eenzelfde materialiseering hier. De ingaande adem heet Mohammad;

1) Hs. 137 bl. 19.

2) Uit Koran 112:2; verg. Massignon, AlHaüaj II bl. 645 noot 6.

3) Hs. 137 bl. 19.

4) De drie letters van de heilige syllabe om (a, u. m).

5) na-mac-ciwa-ya. De vijf syllaben sa-ba-ta-ha-i heeten g^oonhjk -de pancabrahma. Zie over beide Poerbatjaraka m Bijdr. 80 bl. ^-«s.

6) De pancaksara en de pancabrahma tezamen (b.v. cod. or. Leiden

No. 5356,7).' , .'\ctVh

7) De adem in zijn tweeheid van in- en uitgaan heet m de b. n. JSamahayanikan: de heilige adwaya am-ah (bl. 48 en volg., 98 en volg.). Hij heet ook twa bhineda (b.v. cod. or. Leiden No. 5154 fol. b9-b 22,

. cod.-5079 fol. 9a-12b. Bij v. d. Tuuk. K. B. N. Wdbk. IV bl. 922, wordt dit twa bhineda terecht weergegeven met adwajadjnjana; de omschrijving als: een soort geheime kunst, behoorende, zegt men, tot de kanda 'mpat, doet echter niet genoeg uitkomen dat hier ademtechniek bedoeld is.

Sluiten