Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

205

adem is het leven dat niet is door ziel of leven, maar-met den Heer uit den Heer ')•

Verder 2) heet de napas ,prabot" van den roh rohani, het inademen is sëmbah. Tanapas is de „prabot" van den' relatiegeest; hij is voortdurend onbeweeglijk binnen in het geheimenis, en neemt het geluid van de onafgebroken lofprijzing waar. Noepoes is de „prabut" van de naqt ghaib, het verborgen punt der goddelijke eenheid; het geluid gaat onder in de goddelijke verborgenheid. Hij is dus de ,.prdbot van de zee van het niet, want er is gezegd: De gnosis is niet de juiste, wanneer men niet verzinkt in de zee van het niet.

Hier houdt de opklimmende reeks van den adem dus nauw verband met de stijging naar de eenheid toe. Bij de verschillende stadia van terug wikkeling uit de veelheid behooren in naam en functie verschillende ademverrichtingen, waarbij de gedachte aan den physiologischcn adem ver schijnt.

Als gevolg op deze eveneens aan Soenan Kalidjaga toegeschreven leering wordt verder meegedeeld, dat de uitgaande adem wijst op Mohammad (mgrtabat moehal (? mahall?) sipat), de ingaande adem wijst op Allah (moehal (?) dat); immers is de ingaande adem van Allah afkomstig als de door Hem ingeblazen levensadem, terwijl de uitgaande adem wijst op Mohammad als type van den mensch, waarin immers de goddelijke eigenschappen eerst tot hun volle ontwikkeling komen. Het ademen is de onafgebroken eeredienst; wie dien niet kent, doet al het andere tevergeefs, want alle zien, hooren, willen enz. en blijkbaar ook het ademen, wordt pas goed verstaan wanneer men ze als eeuwige eigenschappen van het Wezen opvat, de insan-kamil-gedachte.

Ter toelichting volgt dan een onderrichting waarbij het woord santri wordt geëtymologiseerd. Ons geheimenis, heet het, is de afschaduwing van het wezen, ons wezen dat van de eigenschappen, de inwendige belijdenis van de namen, ons lichaam van de werken Gods. Wie dit weet en bij het handelen zich er van bewust is, die wordt tot „rasaning Allah", manifestatie van Gods wezen, eigenschappen, namen en werken. Al zijn bewegen is salat en godsver eering, hij heet de ware mensch, santri, want dit is sa, één, geen twee, en tri, drie, het kennen van wezen, eigenschappen, namen en werken! 3).

Verder leerde Soenan Kalidjaga: Weet, mijne leerlingen, dat napas komt in de hersenen, daar blijft, en rechts uitgaat. Terwijl die adem in de hersenen ingaat, en daar een oogenblik verwijlt, is de lofprijzing hoe hoe. Als de adem uitgaat en verdwijnt bij de punt van

1) 1. c. bl. 27. Hier wordt Soenan Kalidjaga als auteur genoemd.

2) 1. c. bl. 28. 29.

3) 1. c. bl. 30,

Sluiten