Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

210

de School of Oriental Studies te Londen (Nó. 7124), is tusschen bl. 95 en 96 van den tekst een ander geschrift ingebonden,dat behalve deQawa'id allslam(zie Cat. Mal. Hss. Batavia No. 412,) in het Maleisch (niet in het Atjèhsch, zooals de Cat. Marsderi zegt), Maleische rechtsen etiquetteregels, ö. a. voorschriften van Sultan Muzaffar Sjah, de vragen door een geleerden Jood uit Syrië aan Abu Bakr gesteld (zie Cat. Mal. hss. Leiden bl. 190), een Sjattaritische silsilah, die van 'AbdoelMoehji van Saparwadi na enkele geslachten via hadji,'Abdallah b. 'Abd alMalik van Trengganoè op een Atjèher overgaat, onder meer ook populaire wetenschap bevat, in dertien hoofdstukken onderverdeeld,

Het tweede daarvan gaat over de adem wichelarij. Om te beginnen heet de adem uit het rechtemeusgat daar zon, die uit het linker maan. (In de Indische yoga heet het linkerkanaal des lichaams, de ida, maan, en het rechter, de pingala, zon; zie boven bl. 201).

Evenmin als de makrokosmos zonder zon en maan volledig is,* is het lichaam, de mikrokosmos, zonder de beide adems volledig.

Verder hoet de adem van rechts abantaraff), die van links bahja(?), en die uit beide neusgaten tegelijk komt dawr (? door het slechte schrift is het niet mogelijk precies te zeggen wat er staat). De materieele voordeden van ademtucht worden hier, evenals in de Indische yoga-handboeken, breed uitgemeten. Men ie bestand tegen Verkoeling én koude, geheime middelen, blijft altijd jong, neemt steeds toe in krachten, enz. Vooral moet men er voor zorgen, dat de uitademing niet uit beide neusgaten tegelijk plaats heeft. Dit mag slechts bij enkele gelegenheden plaats grijpen, b.v. als men schrikt, een helling béklimt, hij treffen met den vijand, ziekte, gorgelen, enz.

Wanneer het lichaam zeer heet is, dan slüite men hét rechtemeusgat met wat katoen, is het lichaam zeer koud, dan het linker, opdat de normale toestand weer intrede.

Vraagt iemand, die rechts van den aangesprokene staat of zit, of hij een afwezige zal ontmoeten, of naar den afloop van een onderneming, kijk dan naar den adem. Komt uw adem uit het rechterneusgat, dan is dat een gunstig teeken. Is dat niet bet geval, dan is de afwezige al gestorven of ziek, en de vrager zal zekeT zijn wensch niet verkrijgen.

Wordt men door een vijand overvallen, en is de adem rechts en de partes postoriores links, of omgekeerd, dan zal men overwinnen.

Ook op Java hecht men groot gewicht aan het bepalen van de zijde waar de adem de' sterkste is, alvorens men zich op weg begeeft om iets te verrichten. Begint men met den linkervoet uit huis te gaan, dan moet de adem links ook de sterkste zijn, anders is het welslagen der onderneming niet verzekerd. Valt het niet uit te mar ken of zijn de ademtochten even sterk, dan is dit een ongunstig voorteeken. (Mededeeling van R. Ng. Poerbatjaraka.)

Sluiten