Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

48

wezig «jé*. Mogelijk is, dat aan het aanbod een beperkende voorwaarde wordt toegevoegd, waardoor de aanbieder ook nog na de aanvaarding zich zekere vrijheid voorbehoudt, maar deze vrijheid mag nooit den „animus obligandi", doch slechts objectieve omstandigheden betreffen; het bestaan der overeenkomst moet aan de willekeur van den aanbieder zijn onttrokken.

2) Bovendien is noodig een zekere bepaaldheid en volledigheid, beter: bepaalbaarheid2. De verklaring moet voldoende houvast geven voor een overeenkomst, die door de enkele adhaesiebetuiging van de wederpartij tot stand moet kunnen komen. Dit is zeker het geval, wanneer de offerte op zichzelf alle „essentialia negotü" bevat en zich ook over die punten uitspreekt, welke de aanbieder blijkens zijn verklaring geregeld wilde zien (bij een koop-aanbod: zaak en prijs, eventueel ook de betahngsvoorwaarden of de vervoerkosten). Maar vaak moet de inhoud van het aanbod uit voorafgaande onderhandelingen, bv. die van telegrammen uit vroegere correspondentie worden aangevuld. Mogelijk is ook, dat een of meer punten niet rechtstreeks, maar alleen indirect bepaald zijn (aanbieding van een restant-voorraad; aanbieding tegen markt- of beursprijzen). Ja, het kan zelfs gebeuren, dat de uitwerking van een of meer punten aan een van partijen is overgelaten 3 (bespreking van een kamer in een hotel; aanbieding van een door aanbieder, wederpartij zelf in redelijkheid te bepalen hoeveelheid; aanbieding tegen een dóór aanbieder, wederpartij zelf binnen zekere grenzen te bepalen prijs).

Absolute bepaaldheid van het aanbod is dus niet noodig. Aan den eisch is voldaan, wanneer de inhoud volgens objectieve gegevens kan worden vastgesteld, en die vaststelling aan de willekeur van den aanbieder, de wederpartij is onttrokken. Voldoende is objectieve bepaalbaarheid.

Om een bindend aanbod te heeten moet een verklaring dus 1 Vgl. Moksngraaff, Leidraad I, blz. 299.

* Polderman, Het openbaar aanbod (1913), blz. 11; van Goudoever, blz. 264/5; Neumond, Arch. f. c. Pr. Bd. 89, S. 168; Cosack, Lehrbuch des b. R. (1921), § 83. Hof A'dam 26 Nov. 1920, W. 10670.

• Suyling, Inleiding, blz. 159.

Sluiten