Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

50

en ander ziet men in het openbaar aanbod slechts een U. T. O. De gegadigden doen hoogstens aanbiedingen en hebben dus zonder meer geen recht op nakoming of schadevergoeding. De overeenkomst komt alleen met diegenen tot stand, die de verklarende zich als tegenpartij verkiest.

Inderdaad staat vast, dat de laterkomenden geen rechten kunnen doen gelden, dat de aanbieder in geen enkel opzicht tegenover hen verplicht wordt, maar hun verklaringen eenvoudig naast zich neer mag leggen, geheel dus als bij een U. T. O. Toch is het onjuist alleen daarom het openbaar aanbod tot U. T. O. te degradeeren. Immers wat is het onderscheid tusschen de offerte aan een bepaald persoon en de offerte aan een ieder? In het laatste geval ziet de aanbieder af van zijn recht om zich een bepaalde tegenpartij uit te kiezen, het is hem onverschillig, wie accepteert. Het openbaar aanbod is a. h. w. een reeks gelijke offerten tot één enkele verklaring samengedrongen. Beschouwd als korte samenvatting van al die offerten is het openbaar aanbod ongetwijfeld een aanbod. Immers de aanbieder wil de zaak van de hand doen aan diengene, die het eerst accepteert, de animus obhgandi is aanwezig. Men houde echter in het oog, dat de aanbieder nooit ad infinitum gebonden wil wezen, dat de animus obhgandi altijd stilzwijgend beperkt is tot de aangeboden hoeveelheid. Bij de offerte aan een bepaald persoon komt dit niet zoo naar voren, aangezien er maar één persoon is, die accepteeren kan, de aanbieder dus geen risico loopt. Maar zoodra aan meer personen wordt aangeboden, blijkt, dat de verschillende offerten, waarin zich het openbaar aanbod laat oplossen, niet maar geheel los naast elkaar staan, maar een innerlijke eenheid vormen en elkaar wederkeerig beperken. Zoodra de zaak, de hoeveelheid verkocht is, is alles afgeloopen. Van dat oogenblik af kunnen de gegadigden slechts offerten stellen en niet meer accepteeren.

Neemt men dit in aanmerking, dan bestaat er ook geen bezwaar tegen de afzonderlijke verklaringen als offerten te beschouwen. Immers niet de animus obhgandi is beperkt, want deze is in iedere verklaring potentieel in dezelfde mate aanwezig als bij een persoorihjk aanbod, in iedere verklaring op zichzelf schuilt het vermogen om geaccepteerd te worden,

Sluiten