Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

60

tegelijk den herroepingsduur zooveel mogelijk beperken, dan is men aangewezen op het Engelsche stelsel. Verder kan men niet gaan. Een nieuwe inkorting van den herroepingsduur beteekent, dat de wederpartij ook al vóór de acceptatie tegen intrekking van het aanbod gevrijwaard wordt. Men verlaat dan het stelsel der herroepelijkheid en gaat over tot dat der onherroepelijkheid.

II. Het stelsel der onherroepelijkheid

Reeds een oppervlakkige beschouwing leert ons, dat dit stelsel in den loop der 19e en 20e eeuw steeds meer terrein heeft gewonnen. In Duitschland, Oostenrijk, Zwitserland en Scandinavië is het aanbod, krachtens uitdrukkelijke bepaling van den wetgever, als regel onherroepehjk, en ook in de Fransche en Nederlandsche literatuur kan men een neiging tot het onherroepehjk aanbod bespeuren. Een sterke uitbreiding van het beding „vrijblijvend'', waardoor deze onherroepelijkheid weer wordt opgeheven, gaat hiermee hand in hand. Een kort woord over de ontwikkeling van dit stelsel in de genoemde landen is hier dus wel op zijn plaats.

1) Duitschland

Reeds in het oud-Duitsche recht ontmoeten we de gedachte, dat wie een belofte heeft gedaan haar ook moet houden *. Niet in dien zin, dat uit de eenzijdige belofte voor de wederpartij buiten haar weten en willen een vordering zou kunnen ontstaan; dit denkbeeld schijnt aan het Duitsche recht vreemd te zijn gebleven: de verplichting de belofte na te komen, de eigenlijke praestatieplicht, ontstaat pas met de acceptatie, dus uit overeenkomst. Maar reeds vóór de aanvaarding rust op den belover een andere verphchting, nl. zijn belofte te houden: het eens gegeven woord kan niet worden teruggenomen, een herroeping heeft geenerlei effect. Het is deze gebondenheid, die Siegel1 bestempelt met den naam „Gebunden-

1 Vgl. v. Gierke, Schuldrecht (1917), §§ 184, 185.

• Das Versprechen als Verpflichtungsgrund (1873), § 3.

Sluiten