Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

67

kennen. Toch is het beginsel nog altijd dat der herroepelijkheid, onherroepehjkheid is uitzondering. Maar onder invloed van het Duitsche BGB. en het Zwitsersche verbintenissenrecht ziet men hier en daar ook al een andere gedachte opkomen. Waarom, zoo vraagt men zich af, zou ook het aanbod in het algemeen niet gedurende korten tijd onherroepelijk kunnen zijn? Dat het aanbod in beginsel herroepelijk is, is ten slotte niets anders als een petitio principii; beshssend behooren alleen te zijn de behoeften van het verkeer. De vraag is nu maar, of het verkeer de algemeene onherroepehjkheid van het aanbod eischt. Démogue1 geeft hierop een ontkennend antwoord: het aanbod zonder termijn geldt in de praktijk altijd als volledig herroepelijk. Men moet dit evenwel niet streng doorvoeren. „On pourrait.... parler de faute si on a obligé une personne peut fortunée relativement a des déplacements, expériences, démonstrations coüteuses. Le droit ne peut être le même pour les possédants et pour les autres. II doit ici se pher a la réalité par 1'idée de convention tacite ou d'obligation unilaterale tenant a des circonstances spéciales."

Verder gaan Colin en Capitant *. „Nous croyons qu'il faut .... admettre que 1'auteur de roffre, tout en ayant, bien enténdu, le droit de la retirer, sauf pourtant pendant le délai d'option accordé a l'antre partie, doit être considéré, du moment oü il n'use pas de cette faculté de rétractation, comme ayant été hé dès que s'est manifestée sa volonté unilatérale de s'obliger, et, par conséquent, avant même que le destinataire de l'offre en ait eu connaissance." De eenzijdige verbintenis heeft hier echter een bijzonder aspect. De schuld ontstaat nog niet direct, maar pas met de acceptatie; de offerte verplicht den aanbieder alleen om later te contracteeren. Deze schrijvers staan dus geheel op het standpunt van het Duitsche wetboek.

De nieuwere rechtspraak 3 gaat ook eenigszins deze richting

1 Traité des Obl., No. 559.

* Cours élémentaire II, p. 271/73.

• Paris, 5 Febr. 1910, Gaz. Trib., 1 Maart 1910; Trib. Bordeaux sous Bordeaux, 29 Jan. 1892, D. 1892, 2,390; Paris, 5 Febr. 1910, D. 1913, 2, 1 met noot van Valéry.

Sluiten