Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

97

De Nederlandsche rechter heeft het voorbeeld van zijn Duitschen collega gevolgd en onze clausule altijd ruim geïnterpreteerd, waarvoor hij te meer aanleiding had, daar in ons positieve recht een „Gebundenheit" van den aanbieder onbekend is. „Vrijblijvend", overweegt de 2e Kamer der A'damsche Rb. in haar vonnis van 7 Maart 1919, „is de gebruikelijke handelsterm, waarvan de koopman zich bij het doen van aanbiedingen aan de clientèle bedient, wanneer hij in aiwjkingi van den gewonen regel zich het recht wenscht voor te behouder* om na aanneming door de klanten zijne offerte terug te nemen of slechts gedeeltelijk gestand te doen" l. De engere beteekenis van de clausule wijst zij uitdrukkehjk af: naar ons recht zijn alle offerten ook zonder nadere toevoeging vrijblijvend in dien zin, dat zij kunnen worden teruggenomen, zoolang zij niet door anderen zijn aanvaard; de clausule kan dus alleen betrekking hebben op den tijd na de acceptatie, op de gebondenheid. — Deze redeneering is echter niet van eenzijdigheid vrij te pleiten; op blz. 90/1 wees ik er op, dat uitsluiting der onherroepehjkheid ook in ons land wel degelijk een gezonden zin kan hebben2.

3) De handelspraktijk

De opvatting van het Duitsche handelsverkeer leert men eenigermate kennen uit de door den Hansa-Bund begin 1920 gehouden Enquête. Gevraagd was, of degene, die vrijblijvend aanbiedt, daarmee enkel het recht verkrijgt zijn aanbod in te trekken tot de acceptatie, of dat hij geheel vrij is ook na de aanvaarding nog zijn voorstel terug te nemen. 30 Handelskamers hebben hierop geantwoord; slechts 2 verklaarden zich voor de engere uitlegging der V.-clausule, de andere gaven te kennen, dat volgens de meening der door haar vertegenwoordigde groepen de vrijblijvende partij ook na de acceptatie

1 Zie voor België: arbitraal vonnis van 31 Mei 1917 in Pasicrisie Beige 1918, III, p. 282.

8 De advocaat-generaal in zijn conclusie ad arrest Hof A'dam 24 Febr. 1919 schijnt zelfs op het standpunt te staan, dat 's aanbieders bevoegdheid nooit verder reikt dan tot de acceptatie; z. i. moet deze vóór dit oogenblik zijn aanbod teruggenomen hebben of althans de waar aan een ander hebben verkocht. Vgl. OLG. Hamm 19 April 1918.

Troelstra, Vrijblijvend Aanbod. 7

Sluiten