Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

100

hij dat wil J, Evenals bij het gewone aanbod kan men nu vragen om een nadere preciseering van den duur dezer ongebondenheid, i. h. b. met het oog op overeenkomsten tusschen afwezigen. In hoofdzaak kan men tweeërlei standpunt innemen, al naarmate men aan het beding V. alleen negatieve of ook positieve beteekenis toekent.

1) Geeft men V. alleen negatieve beteekenis, dan zegt het alleen iets over de onherroepehjkheid, nl. dat deze is uitgesloten. Daaruit volgt dan, dat men met een herroepelijk aanbod te doen heeft, maar over den duur dier herroepehjkheid is niets bekend. Allerlei mogelijkheden blijven nog open, die in § 2 van het vorige Hoofdstuk werden ontwikkeld. Is het V. A. herroepelijk tot de ontvangst of tot de verzending der acceptatie? Ofwel: moet de herroeping ter plaatse van bestemming zijn aangekomen, vóórdat de acceptatie is ontvangen of vóórdat zij is verzonden? Evenals bij het gewone aanbod heerscht hier onzekerheid.

Aan de hand van § 130 1. 1 BGB.a redeneeren sommige schrijvers, waaronder Planck *, als volgt: herroeping en acceptatie zijn ieder voor zich „empfangsbedürftige" wilsverklaringen; de herroeping van het aanbod heeft derhalve slechts rechtsgevolg, wanneer zij de wederpartij bereikt, vóórdat de aanbieder de acceptatie ontvangen heeft. Met het ontstaan van de overeenkomst is immers iedere eenzijdige intrekking van het aanbod in beginsel uitgesloten. Andere propageeren het Engelsche stelsel, bv. Hölder *, volgens wien de herroeping alleen geldig is, wanneer zij vóór de verzending der acceptatie bij de wederpartij is gearriveerd. Maar over het algemeen maakt

1 Dernburg, t. a. p.; von Gierke, Schuldrecht § 184 N. 25; Starke, S. 473; conclusie adv. gen. ad Hof A'dam 24 Febr. 1919.

» § 130 L 1 BGB. :„Eine Wülenserklarung, die einem Anderen gegenüber abzugeben ist, wird, wenn sie in dessen Abwesenheit abgegeben wird, in dem Zeitpunkte wirksam, in welchem sie ihm zugeht. Sie wird nicht wirksam, wenn dem Anderen vorher oder gleichzeitig ein Widerruf zugeht. Vgl. ook art. 9 Schw. Obl. R.

* Komm. ad § 145 A. 5. Verder: Enneccerus, § 152 III. 4 Komm. ad § 145 A. 4. Vgl. ook Koppen in J. f. D. XI (1871), S. 358/9 en von Thur, t. a. p. S. 464, over de offerte „bis auf Widerruf", die echter praktisch niet voorkomt.

Sluiten