Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

106

wird". De moderne schrijvers1 hebben zich zonder uitzondering bij deze opvatting aangesloten, zoodat wij moeten constateeren, dat, op een enkel vonnis na, de geheele rechtspraak en hteratuur het V. A. beschouwen als een U. T. O.

Hetzelfde mag men aannemen voor de Oostenrij ksche landen. Wat de schrijvers betreft, kan gewezen worden op Anschütz und von Völderndorff2 en Hasenoehrl8, voor de rechtspraak op een beslissing van het Oberste Gerichtshof van 30 Maart 1917 4, waarin sprake is van „die völhg unverbindhche Mitteilung über eine Kaufgelegenheit". Alleen Bachrach 8 is het met dit laatste niet eens. Deze uitlegging, zegt hij, kan onmogelijk strooken met de bedoeling van partijen, omdat op die manier het rechtsgevolg van een V. A. geen ander is als dat van de toezending van een prijscourant of chculaire, dus gelijk nihil. Iedere koopman voelt toch het verschil tusschen een U. T. O. en een, zij het dan ook voorwaardelijke of beperkte, offerte.

Tenslotte wijs ik nog op de Scandinavische contractenwet, waaruit bhjkt, dat ook de wetgever het V. A. als U. T. O. beschouwd wil zien. De aanhef van art. 9 der Noorsche wet luidt als volgt: „Heeft iemand in een mededeeling, die anders als aanbod zou beschouwd worden, de woorden opgenomen: „zonder verbintenis", „zonder obligo", of dergelijke, dan is de mededeeling geen aanbod, maar wordt beschouwd als een uitnoodiging om een aanbod van gelijken inhoud als de mededeeling te doen " (WPNR. 2831).

Op blz. 102 stelde ik de vraag, of een vrijblijvende offerte, waarbij de aanbieder ook na de acceptatie nog de in § 2 genoemde bevoegdheden bezit, wel meer is dan een simpele

1 Zie blz. 95 N. 4 en 5 en blz. 96 N. 1—3, en ook: Dove, JW., S. 472en RuW. 1921, Nr.5; Starke, S. 473; Mitt. Hk. Berlin 1920, S. 330; Gutachten Hk. Berlin 1922 Nr. 2 S. 63 (ant. Bücher); Deutsche Tiefbauzeitung 6 April 1921, S. 106; Hirsch, S. 14 ff. Vgl. Knott in Z. f. Hr. Bd. 85, S. 3 ff.

• Komm. Bd. 3, S. 222 j°. S. 257 (1874). ' Obligationenrecht I, S. 581 N. 8.

« G. Z. Rv. I 82/18, Fuchs, Erganzungsheft 1917, S. 12.

• Jur. Blatter 1 Aug. 1920. Vgl. OLG. Hamburg 14 Juli 1916, boven, blz. 104.

Sluiten