Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

107

U. T. O. Literatuur en rechtspraak, zagen wij, beantwoorden deze vraag in het algemeen ontkennend. Maar een hoogst enkelen keer erkent men zulk een V. A. als bindend aanbod, in de meeste gevallen beschouwt men het eenvoudig als een poging om de wederpartij tot een gelijkluidende offerte uit te lokken. Ja, men vindt dit laatste blijkbaar zóó vanzelfsprekend, dat men het haast niet noodig vindt het nader te motiveeren. De redeneering is blijkbaar deze: de acceptatie van een V. A. laat den aanbieder nog volkomen vrij, dus is een V. A. geen aanbod, maar een geheel onverbindende verklaring.

Nu staat inderdaad vast, dat de aanbieder ook na. de acceptatie nog vrij is; het is alleen maar de vraag, hoe ver die vrijheid van den aanbieder reikt. Verder is ook de positie van de wederpartij van belang. Om inzake het rechtskarakter van het V. A. tot klaarheid te komen dienen wij ons dus eerst omtrent de positie van den aanbieder, alsook omtrent die van de wederpartij zekerheid te verschaffen; eerst daarna kan de hierboven gestelde vraag beantwoord worden *. Ik bespreek dan respectievelijk de volgende punten:

waarin bestaat de bevoegdheid van den aanbieder?;

wanneer mag de aanbieder van zijn bevoegdheid gebruik maken?;

wat is de positie van den acceptant?; hoe lang mag de aanbieder het beding inroepen?; en ten slotte:

hoe is de toestand, als de aanbieder op de acceptatie zwijgt?

II. Waarin bestaat de bevoegdheid van den aanbieder?

Wanneer, om een voorbeeld te noemen, 100 KG. van zekere waar vrijblijvend wordt aangeboden tegen een prijs van / 1.— per KG., en de wederpartij gaat op dit voorstel in, wat zijn dan de rechten van den verkooper? Afgezien van het onder VI te bespreken geval, dat deze niets van zich laat hooren, bestaan er in den grond der zaak maar twee mogelijkheden: de ver-

1 Voorloopig bedien ik mij van de gebruikelijke terminologie en spreek van „aanbod", „acceptatie", enz.

Sluiten