Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

110

en billijkheid, zijn voorstel dus alleen mag terugnemen bij tusschen tij dschen verkoop, algemeene prijsstijging, enz.? Het antwoord moet ongetwijfeld in eerstgenoemden zin luiden. De aanbieder mag de aanvaarding van de wederpartij, al wordt deze ook onverwijld en zonder voorbehoud afgegeven, zonder meer afwijzen; een motiveering komt wel dikwijls voor, maar is niet noodzakelijk. De aanbieder is ook na de acceptatie nog volkomen vrij.

Deze ruime opvatting is ook die van het handelsverkeer. Vraag I8 onzer Enquête: „Mag degene, die V. aanbiedt, ook na de acceptatie nog geheel willekeurig zijn aanbod intrekken?" werd over het algemeen toestemmend beantwoord, terwijl bij de ontkennende antwoorden wel voornamelijk redenen van doelmatigheid en betamelijkheid den doorslag zullen hebben gegeven1. Ook bij de door den Hansa-Bund gehouden Enquête verklaarden 28 van de 30 Handelskamers, „dass nach der Auffassung der von innen vertretenen Kreise der Antragsteller eines Freiangebotes auch nach der Annahme völhg freie Hand hat, sein Angebot aufrechtzuerhalten oder zurückzunehmen" 8. In gelijken zin spreekt de Berhjnsche Handelskamer van de „vollstandige Unverbindhchkeit" van het V. A.8.

De rechtspraak heeft zich vanouds bij deze ruime uitlegging aangesloten, getuige de beslissingen van het Nürnberger HAG. van 10 Mei 1867 * en 30 October 1868. „Nach der im Handelsverkehr allgemein üblichen Auffassung", heet het in laatstgenoemde beslissing, „hat der einem Kaufoffert beigefügte Ausdruck „freibleibend" den Sinn, dass der Offerkende durch sein Offert keineswegs fest gebunden sein, sondern sich, trotz der rechtzeitig erfolgten Acceptation desselben, dessen Zurücknahme, gleichviel aus welchem Grunde immer, freihalten will". De bewering, dat de Freiklausel alleen effect zou hebben voor het geval, dat bij aankomst van het ant-

1 Zie boven, blz. 26—28. * Starke, S. 473.

s Mitt. Hk. Berlin 1920 S. 330. Zie ook: Gutachten Hk. Berlin 1922, Nr.

2 S. 63 (ant. Bücher) en Karnatz, Drucksache 34, 1920 des Vereins deutscher Maschinenbau-Anstalten.

4 Zie boven, blz. 79.

Sluiten