Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

154

den prijs te moeten toeleggen, de acceptatie eenvoudig naast zich neerlegt (positief standpunt) of uitdrukkelijk afwijst (negatief standpunt). Bovendien, wanneer het beding V. den verkooper niet tegen onvoorziene prijsstijgingen in den loop van het productieproces kan vrijwaren, zal deze gedwongen zijn zijn prijzen zóó te berekenen, dat hij op alle mogelijke risico's is ingesteld. Een ongewenschte, en in vele gevallen ongerechtvaardigde, prijsstijging is daarvan het gevolg.

Dat Bachrach niet alleen de grenslijnen tusschen V. A. en V. C. vervaagt, maar ook het onderscheid tusschen algemeene en bijzondere V.-clausule eenigszins uit het oog verhest, laat zich verklaren uit de'handelspraktijk, zooals die zich tijdens en na den oorlog had ontwikkeld. In de periode van de ergste goederenschaarschte gebeurde het menigmaal, dat de kooper, ook al was er geen sprake van een V. A. en nog minder van een V. C, zich bij iedere prijsverhooging neerlegde, omdat hij om de waar verlegen was en zich niet aan de risico van een proces wilde blootstellen, terwijl hij in de meeste gevallen het gekochte weer met winst van de hand kon doen. En te eerder bewilligde hij in een prijsverhooging, wanneer zijn leverancier hem oorspronkelijk een V. A. had gedaan, misschien in den waan, dat deze uit hoofde van het beding V. tot een dergelijke handelwijze gerechtigd was. Uiterlijk had het er dus veel van, alsof de verkooper, die alleen maar vrijbhjvend had aangeboden, reeds op grond van een zoodanig aanbod gerechtigd was zijn prijzen aan de ten tijde der levering geldende marktprijzen aan te passen. Dit was echter maar schijn, want zoodra een verruiming van den goederenvoorraad intrad en de overmachtige positie van den verkooper begon te tanen, kon men waarnemen, hoe de afnemers zich tegen prijsverhoogingen begonnen te verzetten en levering eischten tegen aanbod van den oorspronkehjken prijs. Met succes, zooals wij zoo aanstonds zullen zien.

Wat nu verder de redeneering van Bachrach betreft, het is niet te ontkennen, dat een aanbod „vrijbhjvend" meer is dan een enkele U. T. O. \ terwijl het voor de hand ligt, dat de

1 Vgl. boven, blz. 129 w.

Sluiten