Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

155

aanbieder graag zoo lang mogelijk vrij wil blijven en misschien ook wel het risico van de prijsstijging op zijn afnemer wil afwentelen. De vraag is echter, of men den laatste alleen op grond van zijn acceptatie zoo lang gebonden mag houden; het komt niet aan op de bedoeling van den verkooper alleen, maar op die van beide partijen gezamenlijk. Onjuist is verder, dat de opvatting van B. voor den kooper zooveel voordeeliger zou zijn, omdat hij nu in ieder geval de waar in handen krijgt. Volgens de andere uitlegging kan hij zelfs levering eischen tegen betaling van den oorspronkeüjken prijs, terwijl bij natuurlijk altijd bevoegd bhjft in een prijsverhooging te bewilligen om de risico van een proces te ontgaan; volgens B. mag hij een (redelijke) prijsverhooging niet weigeren. Het is ook niet in te zien, waarom de andere uitlegging tot prijsstijging aanleiding zou geven. Bachrach schijnt van de veronderstelling uit te gaan, dat de verkooper bij ontvangst der acceptatie slechts de keus heeft tusschen een overeenkomst met vasten, hoogen prijs of in het geheel geen overeenkomst. Maar niets verbiedt hem de clausule V. of bever „prijs V." in zijn bevestigingsschrijven in te lasschen. Dan wordt de clausule een bestanddeel van het contract en dan verkeert de verkooper in de positie, die B. bij ieder V. A. wil aannemen. Hij behoeft volstrekt niet zijn toevlucht te nemen tot abnormale prijzen.

Volgens onze opvatting zal de verkooper dus het beding V. nog eens uitdrukkehjk moeten herhalen, wil een V. C. ontstaan, terwijl dat volgens Bachrach niet noodig is. De rechtszekerheid eischt echter, dat in een V. A. het beding V. beperkt bhjft tot het aanbod. Wü de leverancier ook in de toekomst nog vrij blijven, dan moet hij daar den afnemer duidehjk op attent maken. Een V. C. onstaat maar niet eenvoudig uit een V. A. zonder meer. Daarvoor is het eerste een veel te abnormale figuur.

Intusschen was men in Duitsche handelskringen niet zelden van meening, dat, wanneer men maar „vrijbhjvend" aanbood, vanzelf ook de overeenkomst door de V.-clausule werd beheerscht K Ook na een uitdrukkelijke aanvaarding der accep' Vgl. Dove, JW., S. 472 en RuW. 1921, Nr. 5; Starke, S. 473; Sieberg, S. 25; OLG. Augsburg 11 Nov. 1920.

Sluiten