Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK I.

Algemeen Overzicht.

De voorschriften, welke de vrijheid van wonen en van beweging in een overzeesch gebied beheerschen, houden verband, zoowel met politieke als met economische beginselen door de betrokken overheid toegepast.

De V. O. C. paste een streng monopoliestelsel toe, en maakte in verband daarmede het wonen en reizen in Indië voor hen die niet haar dienaren waren zoogoed als onmogelijk.

Na den val der V. O. C. en den overgang van hare Aziatische bezittingen in handen van den Staat (1798), kwam de vraag aan de orde, volgens welke beginselen Indië voortaan bestuurd zou worden. Zou het stelsel der Compagnie gehandhaafd blijven ? Het was geheel in overeenstemming met den geest der 17e en 18e eeuw van zuiver mercantielen aard. Het beoogde vóór alles, zoo niet uitsluitend, Indië dienstbaar te maken aan het geldeüjk belang van het moederland en het trachtte dit doel te bereiken door toepassing van monopoliën, contingenten, verplichte leverantiën, gedwongen diensten e.a.

Van vrijheid van beweging of wonen kon derhalve in dit systeem geen sprake zijn. Of zouden de in het begin der 19e eeuw baanbrekende vrijzinnige denkbeelden ten aanzien van koloniale politiek en koloniaal beheer tot richtsnoer strekken ?

Dan zou de stijving der moederlandsche kas niet den doorslag geven, maar wel de ontwikkeling van land en volk onzer koloniën, te weten: langs den weg van vrijheid van handel en nijverheid, vrijheid van persoon en arbeid.

Het aanvaarden dezer beginselen eischte echter zeer veel geld, en dit ontbrak toen ten eenenmale ; de moederlandsche financiën verkeerden in een allertreurigsten staat.

Ook in Indië heerschte geldgebrek.

Na den val der V. O. C. hielden de tekorten onder de opvolgende

Sluiten