Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5

In 1834 werd het recht tot wonen van niet-Nederlanders en het recht tot reizen van op Java gevestigden aanzienlijk ingekort, zulks wellicht in verband met het toen ingevoerd wordende cultuurstelsel.

Bijzondere voorschriften kwamen tot stand betreffende het reizen naar en verblijven in de Preanger Regentschappen, de Vorstenlanden en Madoera.

Tegelijkertijd werd het reizen van Inlanders en vreemde Oosterlingen in geheel Indië beheerscht door de regeling van het passenstelsel van 1816.

Die bepalingen maakten het reizen zeer moeilijk, daar ieder moest voorzien zijn' van een pas, die in elk district dat gepasseerd werd, moest worden geviseerd.

Men begrijpt welke moeilijkheden dat medebracht, vooral wanneer bekend is, hoe in de praktijk de betrokkenen soms uren moesten wachten vooraleer het vereischte visum was verkregen.

Ontbrak dit visum, dan kon de reiziger zonder meer als verdacht persoon in hechtenis worden genomen.

Wat het wonen betreft, werden de vreemde Oosterlingen, waarmede men speciaal de Chineezen op het oog had, sedert 1835 aan zeer scherpe beperkingen onderworpen. Zij werden gedwongen uitsluitend te wonen op bepaalde plaatsen in de voor hen aan te wijzen wijken of buurten.

Tevoren hadden dergelijke voorschriften reeds bestaan, doch deze waren allengs in onbruik geraakt, totdat omstreeks 1830 onder ambtenaren en ingezetenen tegen Chineezen ernstige staatkundige bezwaren rezen.

Deze bezwaren waren ontstaan doordat in dien tijd door hen meermalen tegen het Nederlandsch gezag was samengespannen (1825 te Batavia en Semarang, 1829 Batavia, 1832 Krawang en 1836 Bantam en Batavia) en doordat de gewetenloosheid van den Chinees zoo verderfelijk werkte op den Inlander. Volgens het gevoelen van dien tijd heiligde voor den type Chinees het eigenbelang alle middelen. Zelfs de aanzienlijke koopman schaamde zich niet oneerlijk te zijn, waarvan een reeks bedrieglijke bankbreuken konden getuigen. Bij den rondventer, ambachtsman, winkelier, was het overvragen, en wel van verscheiden kapitalen boven den

Sluiten