Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

14

Het wijkenstelsel van vreemde Oosterlingen is in verband met het voorkomende in artikel 73 R. R. in 1866 opnieuw geregeld. Aan die regeling is een speciaal onderzoek voorafgegaan.

De commissie daartoe ingesteld kreeg aangaande het gedrag der Chineezen een zeer slechten indruk, in verband waarmede zij voorstelde alle vreemde Oosterlingen in wijken te vereenigen en het aantal wijken zooveel mogelijk te beperken.

Z^j meenden toch, dat het noodzakelijk was, den Inlander vooral tegen den Chinees te beschermen.

Was zulks de opvatting van de meeste Europeanen, reeds toen waren er enkelen, die van de opsluiting van vreemde Oosterlingen niet alleen geen nut, doch zelfs groote nadeelen verwachtten, en zich daarom tegen ieder wijkenstelsel verzetten.

Zij waren echter sterk in de minderheid. De verordening van 1866 beperkte intusschen het wonen der vreemde Oosterlingen niet in die mate als door evengenoemde commissie voorgesteld.

Toch sloten de daarin opgenomen bepalingen iedere vrijheid van wonen uit.

Dit was naar het oordeel van de evengenoemde enkelingen een zeer afkeurenswaardige toestand.

De vreemde Oosterlingen zelf, d.z. in hoofdzaak de Chineezen, waren door deze beperkingen van hun woonvrijheid natuurlijk ten zeerste gedupeerd, zij waren echter, vooral door gemis aan een vrije pers, nog niet in staat om zich hiertegen te verzetten. In de praktijk werden deze voorschriften, welke dan weer eens streng, dan weer eens slap werden toegepast, herhaaldelijk ontdoken.

De regeering werkte zulks bovendien in de hand door haar belastingstelsel en de verpachting van leveranties.

Na 1890 trekt het vraagstuk van de vestiging der Chineezen in de dessa's, dat is dus het wonen buiten de wijken, weder bijzonder de aandacht. Dit houdt verband met de omstandigheid, dat toen de meeste pachten waren afgeschaft of binnen afzienbaren tijd zouden verdwijnen, waardoor vele Chineezen naar de steden werden gedreven, waar hun een middel van bestaan ontbrak. Ook waren de Chineezen in dien tijd door eenige veel aandacht trekkende misdrijven (frauduleus bankroet, het aanmunten van valsch geld) erg in opspraak gebracht.

In vele Indische en ook moederlandsche couranten werden zij

Sluiten