Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

16

gaande factoren slechts op aan de leus : China voor de Chineezen, tot een nationale te maken.

Twee gebeurtenissen schijnen vooral tot het slagen daarvan te hebben bijgedragen. De eerste was, na den bokser-opstand het binnenrukken in 1900 van de legers der vereenigde mogendheden in Peking. De vernedering toen ondergaan werkte als een heftige prikkel en deed een publieke opinie ontstaan, die, tegelijk vooruitstrevend en nationaal, de Chineesche regeering op onweerstaanbare wijze dwong de leiding der hervormingen te aanvaarden. De tweede was de welgeslaagde reusachtige boycot van Amerikaansche handelsgoederen, als uiting van verbolgenheid over de uitvoering aan het tractaat van 1894 gegeven.

De solidariteit door de Chineesche koopmansgilden, gesteund door de Chineesche pers bij deze gelegenheid aan den dag gelegd, stelde de macht van eenheid en samenwerking aan het licht. x)

In 1903 gaat dan ook China zijn vloot en zijn leger hervormen en ter zelf dertij d trekken vele jonge studenten naar het buitenland voor hunne vorming.

Een jaar later eindigt de Bussisch-Japansche oorlog met een volledige ovenvinning voor Japan.

Dit maakt tot diep in Azië en ook in Nederlandsch-Indië een geweldigen indruk, het was toch naar de opvatting der daar wonenden geen strijd tusschen twee volken maar tusschen het Oosten en het Westen2).

Hierdoor wordt aan de Chineezenbeweging de finale stoot gegeven. 8)

De Chineezen in Indië bleven aan deze beweging niet vreemd.

Ook daar kwam het nationalisme op en groeide het zelfbewustzijn.

Zij gevoelden zich gerugsteund door een zich ontwikkelende natie, die binnen korten tijd aan hun verzoeken kracht zou kunnen bijzetten, en dat die hulp niet zou ontbreken, was voor hen zekerheid, doordat de Chineesche regeering meerdere malen van hare belangstelling in het lot der Indische Chineezen had doen blijken. 4)

Een zich ontwikkelende Indisch-Chineesche pers werd het or-

»j| Fromberg blz. 28.

s) De Nieuwe Courant van 20 September 1906. 8) L G. 1906 dl. II blz. 1256. 4) Ind. Gen. 1913 blz. 189 en 206.

Sluiten