Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

18

daarmee dan ook niet langer gewacht en kwam eindelijk in 1919 de algeheele woonvrijheid van vreemde Oosterlingen op Java en Madoera tot stand.

Voor de Buitengewesten is de vrijheid van wonen nog geen feit geworden.

De bepalingen aangaande de toelating en vestiging werden in 1916 voor die gewesten herzien, op gelijke wijze als dat in 1911 voor Java en Madoera was geschied, zoodat van toen af ook toegelatenen aldaar mochten gaan wonen waar zij wilden, als zij de bepalingen betreffende het verblijf maar in acht namen.

De voorschriften van 1866, regelende het wijkenstelsel ook voor de Buitengewesten, zijn echter aldaar nog steeds van kracht.

Van woonvrijheid der vreemde Oosterlingen is dus buiten Java en Madoera nog geen sprake, hoewel de minister van Koloniën reeds in 1918 schreef, dat hij den tijd gekomen achtte om ook op de Buitengewesten den wijkendwang af te schaffen.

Werd het reizen van Inlanders op Java en Madoera in 1863 aanzienlnk gemakkelijker gemaakt, voor vreemde Oosterlingen was van een dergelijke toename der vrijheid van beweging bij de toen ook voor deze bevolkingsgroep tot stand gekomen nieuwe reisregeling nog geen sprake.

Voor hen bleef het gebruik van een pas verplicht.

Deze passen werden verleend in het belang van handel en nijverheid of ter bereiking van een ander geoorloofd doel, en konden worden geweigerd, wanneer zulks in het belang der openbare rust door het plaatselijk bestuur noodzakelijk werd geoordeeld. Dit was een zeer groote bevoegdheid, welke medebracht, dat hier gemakkelijk, daar moeilijk een pas kon worden verkregen. Behalve dat vreemde Oosterlingen bij al hun reizen van een pas moesten zijn voorzien, waren zij bovendien verplicht, die passen herhaaldelijk te doen viseeren.

In de praktijk werden al deze lasten nog verzwaard, doordat men op verschillende kantoren aanvragers van passen of visa uren lang liet wachten, terwijl het dikwijls voorkwam dat daarvoor betaling gevorderd werd, hoewel zulks officieel gratis moest geschieden.

Dat deze regeling bij de vreemde Oosterlingen dan ook zeer gehaat was, is wel volkomen te begrijpen.

Sluiten