Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK II.

A. Het woonrecht vóór 1855.

AFDEELING I. JAVA EN MADOERA. § I. Rechtstreeks bestuurd gebied.

Inlanders.

Behalve dat de vrijheid tot wonen van Inlanders op Java was beperkt door regelingen uitgaande van den centralen wetgever, wordt die vrijheid ook beperkt door adat-regelingen. Van oude tijden af tot op heden bezitten indonesische dorpsgemeenten en soortgelijke rechtsgemeenschappen de bevoegdheid om er invloed op uit te oefenen wie zich in hun midden vestigt. *) Zoo zal er een niet opgezetene, die zich binnen het gebied eener dessa wenscht te vestigen, daartoe vooraf vergunning vragen van haar bestuur, hetwelk bij mwilliging als vergoeding voor de meerdere politiezorg, het een of ander (geld of gedeelte van den oogst enz.) zal eischen. 2) Ook hebben de bewoners van een dessa de vergunning van hun dorpshoofd noodig om naar een andere dessa te mogen verhuizen. 8)

Nog werd zeer dikwijls op de woonvrnheid inbreuk gemaakt, doordat om verschillende redenen van hooger hand last werd gegeven om dorpen of gehuchten te verplaatsen 4).

Het eerste in werking getreden R. R. na onze overneming van Nederlandsch-Indië uit handen der Engelschen, was, zooals we zagen, dat van het jaar 1818.

Dit staatsstuk hield ten aanzien van het woonrecht van hen die

!) Encyclopedie IV blz. 628.

a) Omtrent betalingen te doen bij verhuizen, zie men Adatrechtbundel XIX blz. 18, 21, 24 en 31.

3) Adatrechtbundels XIV blz. 9 en XVIII blz. 91; Sollewijn Gelpke, Naar aanleiding van Stb. 1878 no. 110 I blz. 44; Hekmeijer in Wet en Adat II blz. 20, dit alles aangehaald bij L. Adam blz. 59.

4) F. Fokkens, Eindresume II 1 blz. 21—22.

Sluiten