Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

29

Zoo werd bij resolutie van den Gouverneur-Generaal ad interim in rade d.do. 2 Augustus 1835 (Stb. 1835 no. 37) aan de plaatselijke autoriteiten op Java te kennen gegeven : „dat hier en daar een neiging is bespeurd, om de op Java aanwezige vreemde Oosterlingen, zooals Maleiers, Boegineezen, Chineezen enz. te alniagameeren onder de Javaansche bevolking; dat de regeering dit ondoelmatig acht en integendeel verlangt, dat de aloude gewoonte, om dusdanige vreemdelingen in afzonderlijke wijken of buurten onder een hoofd van hun eigen landaard te doen wonen, in stand worde gehouden, en dat zij mitsdien, bij voorkomende gelegenheden, in dezen zin zullen hebben te handelen, zonder eenige afwijking."

Hier werd dus niet teruggekomen op bepalingen vervat in Stb. 1818 no. 60 jo. Stb. 1823 no. 20 en Stb. 1827 no. 53 *), alwaar vrijheid van wonen vergund werd, neen, men brengt in herinnering een toestand die allang gewoonte was.

Werkeüjk was het al tijden het gebruik, en werd het meerdere malen voorgeschreven, dat Chineezen in wijken zouden bijeen wonen.

Zoo werd b.v. in de publicaties van 6 April 1764 en 29 Juli 1802 reeds gesproken over de „kampongs" der Chineezen. Ook in de litteratuur wordt het bijeenwonen van Chineezen in wijken of buurten herhaaldelijk als een zeer oude gewoonte genoemd. a)

Dit neemt echter niet weg, dat ingevolge de publicatie van den Commissaris-Generaal, vervat in de Stbn. 1818 no. 60 en 1827 No. 53, ook de gevestigde vreemde Oosterlingen vrijheid van wonen hadden, welk recht, ook al was het gebruik anders, bij een resolutie van den Gouverneur-Generaal in rade niet ongedaan gemaakt kon worden. s) Aan de onwettigheid van deze wetgeving werd intusschen geen aandacht geschonken, de vreemde Oosterlingen mochten alleen wonen in wijken voor hun landaard aangewezen.

x) Blz. 36, 37 en 38.

a) Zoo o.a. Th. S. Raffles (vertaling J. E. de Sturler 1836), De Geschiedenis van Java blz. 29; Prof. P. J. Veth, Java II blz. 40; M. L. van Deventer, Geschiedenis der Nederlanders op Java I blz. 205; de Jonge en van Deventer, Opkomst Nederlandsen Gezag XI blz. LXV ; T. v. N. I. 4e jg. 2e dl. blz. 27; Margadant III blz. 81; Colyn, Nederlandsch-Indië I blz. 274.

3) Blz. 38.

Sluiten