Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

31

voordien in de praktijk alleen vergund in voor hun landaard bestaande wijken, — mogelijk gemaakt in voor hun landaard op te richten wijken, welke echter alleen op de hoofdplaatsen zouden worden toegelaten. Voorbehoud werd gemaakt dat uit die vestiging geen gevaar mocht voortvloeien voor sluikhandel.

Hiermede was het — en dat was ook het doel — altijd mogelijk de toelating te weigeren op al de zoodanige plaatsen1).

Voor landerijen aan particulieren toebehoorende werden te dezen opzichte uitzonderingen toegelaten.

Deze meer vrijgevige uitlegging van de bepalingen op het wijkenstelsel is niet van langen duur geweest.

Bij publicaties van den Gouverneur-Generaal van 6 Juli 1852 en 24 Januari 1855, en hg zijn besluit van 31 Augustus 1854 opgenomen in de Stbn. 1852 no. 45, 1855 no. 5 en 1854 no. 64 werden in een drietal residenties van Java op bepaalde plaatsen wijken ingesteld en werd den vreemden Oosterlingen, die buiten die plaatsen woonden, het verbüjf aldaar ontzegd, onder verplichting naar de wijken te verhuizen. Andere dan de aangewezen wijken mochten niet worden ingericht.

Hierdoor had op groote schaal verhuizing van Chineezen van uit het binnenland naar de aangewezen wijken plaats 2)j5n werd aldus de zooeven omschreven officieele uitleg van het bepaalde in Stb. 1835 no. 37 wederom met voeten getreden. Lu het gewest Semarang en in de afdeeling Krawang werd tegemoet gekomen aan Chineezen, die door afschaffing van de bazarpacht van hun recht tot verbüjf in het binnenland werden beroofd.

Hadden zij huizen geheel van steen gebouwd en met pannen gedekt, of woningen een waarde van minstens f 300.— vertegenwoordigende, dan mochten zij in sommige gevallen blijven wonen op plaatsen waar voor hun landaard geen wijken waren ingesteld.

Een volgende regeling, welke de woonvrijheid van Chineezen beperkte, kwam tot stand bij resolutie van den Gouverneur-Generaal in rade van 6 Juni 1820 (Stb. 1820 no. 27) ; de resolutie van den Gouverneur-Generaal in rade van 9 Januari 1821 (Stb. 1821

i) Margadant III blz. 82.

*) Zoo b.v. in het gewest Rembang. Zie Eindresumé 2 blz. 186 noot n.

Sluiten