Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

34

Indië van het jaar 1867 opgemerkt: *) „De Chinees zou den Inlander knevelen en tot een verdorven ras vol ondeugden behooren.

Maar men vergeet, dat onze staatkunde tegenover Inlander en vreemde Oosterling de oorzaak is van het kwaad, We hebben een net van verbodsbepalingen rondom de Chineezen op Java geslagen. Het is algemeen bekend, dat zich onder hen zeer vermogende heden bevinden, die in goede trouw voor niemand behoeven onder te doen.

Wij hebben echter allen, die tot deze ijverige en volhardende bevolking behooren, uitgesloten uit nijverheid en landbouw, waar het eenigszins mogelijk was.

Maar aan de andere zijde, heeft men zich niet ontzien, om den Chinees den toegang tot de binnenlanden te geven om hem tot een werktuig tot exploitatie van den Inlander te maken, waar dit in ons stelsel te pas kwam. Het is niet te betwisten dat de Chineezen begaafder en meer ontwikkeld zijn dan de Inlanders. Maar juist daarom zijn ze steeds gebruikt als handlangers van het gouvernement.

De Europeaan heeft dit voorbeeld gevolgd, en hen gebruikt als pachters en huurders van landerijen.

Het gouvernement heeft den Chinees toegelaten als pachter van verscheidene middelen en daardoor is hij doorgedrongen overal in het binnenland, maar nu bekleed met zekere macht tegenover de bevolking.

Uitgesloten en uit de binnenlanden geweerd, greep de Chinees gretig de verpachting der middelen aan, om zich zelf overal te kunnen vestigen en zelf of door zijne bedienden handel te drijven."

Door elkander gerekend, kon men zeggen dat alleen voor de heffing der bazarrechten 14.000 Chineezen noodig waren. De hoofdpachter zond jaarlijks eene opgave aan het Europeesch bestuur van het getal Chineezen, dat hij vermeende noodig te hebben om de bazarheffingen te bewerkstelligen.

Zeer zeldzaam werd dit getal verminderd. Men moest het toch den pachter in de uitoefening zijner bezigheid gemakkelijk maken, daar anders in de storting der bazar-belastingen storing zou komen.2)

De Chineezen lachten met de beperkende bepalingen van aan-

l) T. v. N. I. 1867 blz. 148 e.v. *) T. v. N. I. 1860 II blz. 216.

Sluiten