Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

37

Elout zei daarvan: „Zoo het schijnt was het verlangen der Indische regeering, om alle Europeanen van Java te weren, uitgezonderd die benoodigd voor den burgerlijken en müitairen dienst, voor zeevaart en handel, en voorts voor zoodanige fabriekmatige ondernemingen en indigo-makerijen en dergelijken, die meer kapitaal en vernuft vereischten, dan bij den Inlander wordt aangetroffen."

Leest men het opschrift van deze verordening, dan zou men meenen, dat zij alleen betrekking had op Java, de inhoud bevatte echter ook voorschriften welke voor de Buitengewesten van kracht waren. x)

Zij gold verder voor alle bevolkingsgroepen, en onderscheidde, evenals de regeling in Stb. 1818 No. 60, in metterwoon vestigen en in tijdelijk verblijf.

Hoe was het nu gesteld met het woonrecht van hen, die onder de werking van deze bepalingen het recht verkregen, om op Java te verblijven ?

Deze Heden moesten wonen te Batavia, of binnen den afstand van tien palen van daar.

Wilde zoo iemand zich elders vestigen, dan moest hij daartoe een verzoekschrift indienen aan den Gouverneur-Generaal.

Zij die verlof bekwamen om zich op Java te vestigen, waren verpHcht te wonen in of uiterHjk binnen den afstand van vier palen van de hoofdplaatsen der respectieve residenties, tenzij de Gouverneur-Generaal mocht goed vinden om bijzondere reden de inwoning op een meer verwijderd punt van de hoofdplaatsen toe te staan, waartoe echter speciaal een verzoek moest worden gedaan.

Ook diegenen, welke bij de inwerkingtreding dezer regelen reeds op Java gevestigd waren, zouden hunne vaste woonplaats niet mogen veranderen, dan na bekomen schrifteHjke vergunning van den Gouverneur-Generaal. De residentie Batavia werd hierop echter uitgezonderd.

Het verlof, dat iemand verkreeg om ergens te verbhjven, of om er zich te vestigen, moest worden geregistreerd ter plaatse waar men ging wonen, alsmede bij den raad van Justitie, onder welks ressort men zijne woonplaats ging vestigen.

i) Blz. 47.

Sluiten