Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

58

met de beperking van verkeer en woonvrijheid n.1. de bescherming van den Inlander, verloren ging.

De residenten werden ook nog bevoegd verklaard passen te verleenen aan personen hun bekend, voor het reizen langs den postweg tusschen Banjoewangi en Anjer, alsook langs den hoofdweg tusschen Semarang en Salatiga en tusschen Semarang en de hoofdplaats van het gewest Kedoe.

Een bijzondere strafbedreiging tegen de overtreding van deze bepalingen was in deze publicatie niet vervat, zoodat hier dezelfde sanctie gold, als die, welke werd opgenomen in Stbl. 1818 No. 60 en hierboven is genoemd x).

Ook moesten reizende personen hun passen vertoonen aan de residenten der plaatsen welke zij doortrokken of alwaar zij aankwamen. Het reizen werd onder de vigeur van deze regelen dus ook voor gevestigden zeer moeilijk, zoo niet onmogelijk gemaakt.

De toestand van grootere vrijheid, zooals die onder de bepalingen in Stb. 1818 no. 60 bestond, werd wederom hersteld bij het besluit van den Commissaris-Generaal van 17 Mei 1827 (Stb. 1827 no. 53). Blijkbaar werd in de praktijk aan deze voorschriften niet voldoende de hand gehouden, want reeds bij publicatie van den Luitenant-Gouverneur-Generaal in rade — daartoe door den Commissaris-Generaal geautoriseerd — van 10 Augustus 1827 (Stb. 1827 no. 79) moest aan de stipte naleving ervan worden herinnerd.

Tegelijkertijd werd aan de residenten of eerste plaatselijke autoriteiten vrijheid gelaten, om, indien iemand in gebreke mocht büjven aan deze bepalingen te voldoen, hem alsdan te noodzaken dadelijk te vertrekken naar de plaats van herkomst.

Eenige jaren later werd het reizen over Java bemoeilijkt, doordat passen, welke blijkbaar voordien gratis werden verstrekt, voortaan op een zegel van f 2.— moesten worden geschreven. Bovendien zouden ze slechts gelden voor één jaar, en werd uitdrukkelijk voorgeschreven, dat ook ambtenaren van passen moesten worden voorzien 2).

De sanctie op de naleving dezer voorschriften werd gewijzigd en ») Blz. 36.

•) Deze bepaling werd bij gouvernementsbesluit van 7 Januari 1844 (Stb. 1844 no. 2) weder ingetrokken. Dit besluit is onwettig, aangezien de Gouverneur-Generaal niet bevoegd is een besluit van den Commis-

Sluiten