Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

59

aangevuld in dier voege, dat zoowel de persoon zelf aangetroffen zonder reispas, als de gezagvoerder of scheepskapitein die hem overbracht zou kunnen worden beboet van f 25 tot f 100.—1).

Den havenmeesters werd tenslotte gelast om mede voor de naleving dezer bepalingen te waken (besluit van den CommissarisGeneraal van 24 Juli 1829, Stb. 1829 no. 70). . In 1834 werd bij publicatie van den Commissaris^Generaal van 18 Januari van dat jaar (Stb. 1834 no. 3) het reizen op Java nogmaals lastiger gemaakt.

Mochten voordien de op Java gevestigden die een pas hadden bekomen, vrij over Java reizen, nadien mochten zij dat eiland alleen nog maar bereizen langs de groote wegen, alwaar postpaarden waren geplaatst en voor zoover daar omtrent geen uitzonderingen bij plaatselijke bepalingen waren daargesteld.

Dit was een zeer groote beperking van het recht tot reizen, want niet alleen dat men daardoor de groote wegen moest houden, maar bovendien kregen plaatselijke autoriteiten de bevoegdheid, om de vrn'heid van reizen zoo te binden als zg dat zelf wilden.

Ten aanzien van de tijdelijke ingezetenen veranderde de toestand niet veel, alleen werd tegen overtreding van de voor hen voorgeschreven bepalingen eene andere straf bedreigd, t.w. een boete van f 100.— tot f 1000.'— te betalen door den overtreder zelf.

Li dat zelfde jaar werd de resident van Soerabaja bij geheim gouvernementsbesluit van 24 Juli 1834 La. G. no. 1 gemachtigd2) tot het uitreiken van passen naar Madoera aan bekende en vertrouwde ingezetenen van Soerabaia.

Deze bepaling werd bij gouvernementsbesluit van 16 Januari 1838 no. 2 uitgebreid, tot alle ter goeder naam bekende personen, die in Nederlandsch-Lidië als vaste ingezetenen waren toegelaten, wanneer de vorsten van Madoera zelve den wensch daartoe hadden

saris-Generaal te wijzigen of in te trekken. Zie ook Stb. 1847 no. 7 en Stb. 1852 no. 13.

!) Zie Stb. 1837 no. 21, Stb. 1850 no. 6 en Stb. 1866 no. 28.

*) Waarom die machtiging noodig was is niet duidelijk. Bij Stb. 1827 no. 79 wordt Stb. 1818 no. 60 op Madoera van toepassing verklaard en volgens artikel 17 dier verordening geeft de resident of magistraat de reispassen af.

Sluiten