Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

88

De herhaalde aanvullingen van Stb. 1871 no. 146 werden reeds genoemd; ook aan de lijst in Stb. 1873 no. 83 werden dikwijls plaatsen toegevoegd, terwijl zoo nu en dan bepaald werd, dat er ook op zekere plaatsen voortaan geen wijken voor Chineezen of vreemde Oosterlingen, geen Chineezen zijnde, meer zouden zijn. Bij kroonordonnantie van 11 Augustus 1885 (Stb. 1885 no. 131) kwam een nieuwe regeling van de zegelbelasting tot stand. In verband hiermede, achtte de Gouverneur-Generaal het billijk de vrijstelling te doen vervallen van het zegelrecht, verbonden aan de vergunningen van vreemde Oosterlingen, om op plaatsen, waar geen wijken voor hen zijn aangewezen, zich neder te zetten en elders zich buiten de aangewezen wijken te Vestigen.

Ook om die reden werd bij ordonnantie van 11 Augustus 1885 (Stb. 1885 no. 136) het tweede hd van artikel 3 der kroonordonnantie van 6 Juni 1866 (Stb. 1866 no. 57) ingetrokken.

Zagen we reeds op blz. 76 dat de kroonordonnantie in Stb. 1866, no. 56 houdende bepalingen op de toelating en vestiging van vreemde Oosterlingen, ook voorschriften inhield aangaande het wijkenstelsel, de ordonnantie van 12 Maart 1872 (Stb. 1872 no. 40)1), welke eerstgenoemde ordonnantie verving, bevat soortgelijke voorschriften niet meer en volstaat met in de 2e alinea van artikel 2 te vermelden, dat de voorschriften vervat in Stb. 1866 no. 57, op de toegelatenen van toepassing zijn, terwijl in artikel 6 van die verordening dc voorechriften op het wijkenstelsel ook van toepassing worden verklaard op hen die een vergunning tot vestiging of inwoning verkregen.

Ten aanzien van hen die toegelaten waren, werd de woonvrijheid bovendien beperkt door de bepaling, dat zij zich alleen mochten ophouden in de voor den algemeenen handel geopende havens, alsmede op de plaatsen en in de streken, na opgave van den betrokkene op de toelatingskaart te vermelden2). Werd een toegelaten persoon aangetroffen op andere plaatsen of in andere streken, dan waar het verbhjf hem was toegestaan, dan werd zijn toelatingskaart

1) Dit is blijkbaar een gewone ordonnantie in tegenstelling met Stb. 1866 no. 66, dat eigenlijk een kroonordonnantie was. Daar dit laatste evenwel niet uit het staatsblad blijkt, behoeft Stb. 1872 no. 40 niet als onwettig te worden beschouwd. Zie blz. 76.

2) Hieraan hield men zich blijkbaar niet B.B. 3218 en 4501.

Sluiten