Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

103

In dat gewest bestonden dus ten aanzien van het wonen van vreemde Oosterlingen geen algemeene voorschriften, zoodat zij, zoo geen plaatselijke regelen dat verboden, aldaar vrij waren te gaan wonen waar zij wilden.

Ook het bepaalde in Stb. 1872 no. 40 was op het gewest Riouw en onderhoorigheden niet van toepassing, daar deze verordening beschouwd werd, die, vervat in Stb. 1866 no. 56, te vervangen ; ook toen hadden de vreemde Oosterlingen aldaar dus nog een door het centraal gezag onbeperkt woonrecht.

In 1873 werd een gedeelte van de residentie Riouw verheven tot de zelfstandige residentie Sumatra's Oostkust (Stb. 1873 no. 81).

Naar aanleiding daarvan rees de vraag of o.m. het bepaalde omtrent het wijkenstelsel in Stb. 1866 no. 57 voor het nieuw gevormde gewest wel dan niet van toepassing zou znn.

De regeering besliste, dat het nieuwe ressort wel onder die bepalingen zou vallen, en gelastte in verband daarmede den betrokken resident, om voor de stipte naleving dier regels, zoowel in Deli als ook elders in zijn gewest, zorg te dragen, voor zoover tenminste artikel 27 tweede lid R. R. dit toeliet.

De resident werd nochtans uitdrukkelijk vrijgelaten om, wanneer zich daarbij overwegende bezwaren mochten voordoen, deze ter kermis van de regeering te brengen, vergezeld van de noodige voorstellen ter voorziening1).

Voor Riouw zou de vrijheid tot wonen van Chineezen tot 1892 duren.

In dat jaar toch werd bij ordonnantie van 25 Januari (Stb. 1892 no. 32) met wijziging in zoover van artikel 1 van het bepaalde in Stb. 1866 no. 101 voorgeschreven, dat in Rengat (Indragiri) een Chineesche wijk zou zijn.

Voor die plaats was dus voor de Chineezen voortaan de woonvrijheid evenzoo beperkt als dit in andere gewesten het geval was ; overigens bleef voor hen in dat gewest woonvrijheid bestaan.

Op grond van politieke en andere bedenkingen moest aldra worden afgezien van het voornemen om Stb. 1872 no. 40 ook in Sumatra's Oostkust te doen opvolgen 2). In verband hiermede werd bij ordonnantie van 15 Juni 1892 (Stb. 1892 no. 138) jo. Stb. 1893

») K. V. 1784 blz., 66. 2) K. V. 1875, blz. 70.

Sluiten