Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

124

verder dan tien palen van de plaats van hun verbhjf, dan moest het Hoofd van plaatselijk bestuur onder opgave van redenen daarvan mededeeling doen aan het Hoofd van gewestehjk bestuur; werd de vergunning geweigerd om een aangrenzend gewest te bezoeken, dan moest onder opgaaf van redenen daarvan kennis gegeven worden aan den Gouverneur-Generaal.

Overtreding hiervan werd gestraft met een boete van ƒ 25 tot / 50, — en indien daartoe reden bestond werd de toelating ingetrokken.

Uit het bovenstaande zien we, dat de voorschriften vervat in Stb. 1818 no. 60 ten deze wel zgn vervangen, doch dat er van vrijheid van beweging van deze personen ook in 1866 nog allerminst sprake was.

Opgemerkt dient nog te worden, dat Stb. 1818 no. 60 alleen voor Java —, terwijl Stb. 1866 no. 56 voor geheel NederlandschIndië gold.

Omtrent de bevoegdheid tot reizen van hen die eene vergunning tot vestiging (inwoning) kregen, vermeldde de ordonnantie in Stb. 1866 no. 56 niets, in tegenstelling met de publicatie in Stb. 1818 no. 60 welke, aan de gevestigden op Java de vrijheid gaf, om, indien voorzien van een pas, dat eiland te doorreizen.

Gold aldus in 1866 het bepaalde bij artikel 17 en 18 van Stb. 1818 no. 60 nog ? N. b. m. moet deze vraag bevestigend beantwoord worden, daar voor deze heden deze bepalingen niet werden ingetrokken. Practisch het men ze evenwel buiten toepassing.

Een maatregel, welke beter toezicht op de vreemde Oosterlingen beoogde, was neergelegd in een in 1890 aan de Hoofden van gewestehjk bestuur gezonden rondschrijven, waarbij die hoofden werden uitgenoodigd om op aan de vreemde Oosterlingen uit te reiken passen steeds een aanteekening te plaatsen, vermeldende of de houder al dan niet in het bezit was van een vergunning tot vestiging. Een andere opvatting ten aanzien van de vrijheid van beweging ook ten opzichte van vreemde Oosterlingen is vervat in de reeds genoemde ordonnantie van 29 Maart 1866 (Stb. 1866 no. 28.) *)

Daarbij toch werden buiten werking gesteld de voorschriften omtrent het metterwoon verlaten van Java, vervat in de artikelen

*) Over de inrichting van dezen reispas zie B.B. 4397 en 5909.

Sluiten