Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

135

Om dien te kunnen verkrijgen moesten zij te goeder naam en faam bekend staan. Verleend werden die passen door de Hoofden van gewestelijk bestuur, onder goedkeuring van den GouverneurGeneraal, nadat zij zich er van te voren van hadden overtuigd, dat bij de residenten van Soerakarta en Djokjakarta tegen de tijdelijke toelating van den aanvrager in de Vorstenlanden geen bezwaar bestond.

De afgifte van deze passen werd bij gouvernementsbesluit van 12 Juni 1864 (Stb. 1864 no. 94) aanzienlijk gemakkelijker gemaakt, doordat voortaan de goedkeuring van den Gouverneur-Generaal niet meer werd vereischt.

Werd iemand aldaar aangetroffen zonder van een behoorlijken pas te zijn voorzien, dan werd hij over de grens van die residentie gezet.

Nog tot 1870 heeft deze uitzonderingstoestand op het gebied van reizen voor de Vorstenlanden voortgeduurd, toen hij gouvernementsbesluit van 2 Juli 1870 (Stb. 1870 no. 81) evengenoemde voorschriften werden ingetrokken en bepaald werd, dat het reizen van Europeanen in de Vorstenlanden aan geen andere beperkende voorschriften zou zijn onderworpen dan die vervat in Stb. 1861 nos. 40 en 41.

Sedert zijn er op het reizen van Europeanen in deze landen geen afzonderlijke voorschriften meer vastgesteld geworden.

AFDEELING II. BUITENGEWESTEN.

§ I. Rechtstreeks bestuurd gebied.

bilanders en Vreemde Oosterlingen.

In 1854 gold voor het reizen van deze bevolkingsgroepen in de Buitengewesten nog steeds het besluit van den Secretaris van Staat Gouverneur-Generaal, van 6 December 1816 no. 25. (Stb. 1816 no. 25).

Derhalve moest ieder, die op reis wilde gaan, zich voorzien van een pas, welke pas op ieder district moest worden geviseerd; was dit visum niet aanwezig, dan was dat verzuim voldoende reden om den reiziger als verdacht persoon in verzekerde bewaring te doen nemen.

Sluiten