Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

145

In Celebes en West-Borneo moesten de zeepassen bij reizen binnen de gewestelijke grenzen op de plaats van bestemming der reis worden afgeteekend door of namens bet Hoofd van plaatsebjk of gewestehjk bestuur; terwijl op tusschenplaatsen, bij langer verbhjf dan 3 maal 24 uur deze passen ter viseering moesten worden aangeboden aan dezelfde autoriteiten.

Genoemde formaliteiten bemoeilijkten het reizen niet weinig.

Voor Zuid-Oost-Borneo achtte men zulks noodzakelijk in verband met de mindere veiligheid in dat gewest.

Mij is niet bekend of ook een soortgelijke reden ten grondslag lag aan deze voorschriften betreffende Celebes en West-Bomeo, het valt echter op, dat juist alleen in deze beide gewesten, voor welke ook de oudste reisreglementen golden, het reizen aldus was bemoeilijkt.

De oorspronkelijke bevolking van sommige gewesten had, zooals gezien, voor reizen buiten het ressort hunner inwoning eenen pas noodig. Gaan we na, wie deze passen uitreikte, en wat daarmede verder moest worden gedaan.

Hiervoor werd reeds opgeteekend, dat voor de oorspronkelijke bevolking alleen van Celebes, West-Borneo, en Zuid-Oost-Borneo voor reizen ter zee zoowel binnen als buiten hun gewest een pas noodig was.

Deze pas, voor buiten gewestelijke reizen nu werd op gelijke wijze verkregen en bracht dezelfde verphehtingen mede als zooeven omschreven voor reizen ter zee binnen de grenzen van die residenties.

Di Banka en Billiton werd de vereischte pas voor reizen van bedoelde personen over zee buiten de grenzen dier gewesten kosteloos afgegeven door het Hoofd van bestuur der plaats waar de reis aanving op een bewijs door den batin (districtshoofd) kosteloos verleend, en door den demang geviseerd, houdende mededeehng dat tegen het voorgenomen vertrek geene bedenkingen bestaan.

Voor het gewest Timor werd bepaald, dat de Inlanders, behoorende tot de inheemsche bevolking van dat gewest, bij reizen buiten de grenzen van dat ressort moesten voorzien zijn van een bepaalden pas, kosteloos af te geven door of namens het Hoofd van gewestelijk of plaatselijk bestuur. Dit gold echter alleen voor die der bedoelde Inlanders, welke woonachtig waren in een landschap, waar binnen een besturend ambtenaar gevestigd was.

10

Sluiten