Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

160

een pas en van alles wat daarmee samenhangt ten zeerste waren belemmerd.

Dat ten slotte gemelde regelingen zooals gezien dikwijls met elkaar in strijd waren.

Opmerkelijk is nog, dat van het verplichte bezit van eenigen pas niemand, dus ook geen ambtenaren of hoofden, waren vrijgesteld.

Bij het begin van deze paragraaf werden twee reisreglementen van de samenvattende bespreking uitgesloten, n.1. die voor Atjeh en onderhoorigheden en een nieuwe voor de Zuider- en Oosterafdeeling van Borneo, beide in 1898, dus een tiental jaren na de jongste der behandelde regelingen, tot stand gekomen.

Vragen we ons eerst af, hoe was het recht tot reizen van Inlanders en vreemde Oosterlingen in Atjeh geregeld vooraleer de hier te bespreken regeling bij ordonnantie van 12 April 1898 (Stb. 1898 no. 141) tot stand kwam.

Eene regeling uitgaande van het centrale gezag bestond toen voor dat ressort niet. Het besluit van 6 December 1816 (Stb. 1816 no. 25) gold wehswaar voor heel Indië, doch was niet van toepassing op Atjeh, welk gewest een zelfstandig inlandsen rijk vormde, tot de Atjeh-ooriog aan die zelfstandigheid een eind maakte.

Plaatselijke regelingen hebben eventueel wel bestaan, doch zijn dezerzijds niet bekend.

In verband met de zeer bijzondere toestanden, welke in 1898 in Atjeh bestonden, week de hierbedoelde verordening sterk af van de hiervoor reeds beschreven reisreglementen.

Deze ordonnantie kwam tot stand, „voor zooveel noodig krachtens koninklijke machtiging." Waarom zulks geschiedde blijkt nergens uit. Schrieke zegt, dat deze formuleering soms wordt gebruikt wanneer men er eigenlijk mede zeggen wil: „ik wetgever weet zelf niet, hoe het moet." Dan wordt aan de formule der ordonnantie alle vastheid ontnomen en is het daardoor onmogelijk uit te maken of men dan te doen heeft met een gewone ordonnantie, dan wel met een kroonordonnantie.. wat voor den rechter de verphchting medebrengt om een dergekjke verordening als eene gewone ordonnantie te beschouwen. *)

*) Schrieke, blz. 20.

Sluiten