Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

164

Evenals de bewijzen van aanmelding konden ook passen, welke ter viseering werden aangeboden door den betrokken ambtenaar worden aangehouden tot zoo kort mogelijk voor het vertrek van den reiziger.

Werd iemand die een pas moest voeren, aangetroffen zonder pas, of slechts in het bezit van een pas niet voldoende aan de gestelde voorechriften, dan werd hem, nadat hij de daarop gestelde straf had ondergaan, door den betrokken ambtenaar zoo noodig een pas naar de plaats van bestemming uitgereikt.

Ook kon die ambtenaar hem een pas afgeven naar zijn plaats van herkomst en hem gelasten per eerste gelegenheid daarheen te vertrekken.

Bleef zoo'n reiziger in gebreke, dan werd hij, zooveel mogehjk op eigen kosten, daar heen teruggezonden.

Inlanders en met hen gelijkgestelden, reizende zonder geldigen pas,werden gestraft met een geldboete van één tot honderd gulden, of met ten arbeidstelling voor den kost zonder loon van een tot drie maanden.

Gehjke straf behepen zij, die hun pas niet zooals voorgeschreven ter viseering of ter inlevering aanboden, of die hun reis niet met het aangegeven handelsvaartuig, dan wel in de op den pas aangegeven richting maakten.

Bovendien werd tegen den gezagvoerder van een handelsvaartuig, vertrekkende van een plaats in Atjeh en onderhoorigheden, die Inlanders of vreemde Oosterlingen als passagiers aan boord nam of weder toeliet, niet voorzien van een overeenkomstig de verordening afgegeven of geviseerden pas, of bewijs van vrijötelhng, een straf bedreigd van een geldboete van / 50.— voor elke overtreding.

Maakten al deze voorschriften het reizen in Atjeh en onderhoorigheden zeer bezwaarlijk, voor eenige categorieën van personen werden deze regelen niet van toepassing verklaard, zoodat voor hen het reizen in dat gewest veel gemakkelijker was. De belangrijkste I uitzondering vormde hier de in het gouvernement Atjeh en onderI hoorigheden metterwoon gevestigde Inlanders en vreemde Oosterlingen.

Die personen mochten over land binnen de grenzen van dat gouvernement als regel zonder pas reizen.

Die vrijheid kon evenwel tot een doode letter gemaakt worden door de bevoegdheid, welke het Hoofd van gewestehjk bestuur

Sluiten