Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

176

Generaal waren vastgesteld *) (later opgenomen in Stb. 1910 no. 536, 537 en 538).

Welk woonrecht kregen nu vreemde Oosterlingen onder de werking van deze, dank zij de Chineesche beweging tot stand gekomen 2) verordening in Stb. 1910 no. 537 'i

Vooraf dient te worden opgemerkt, dat deze ordonnantie krachtens koninklijke machtiging tot stand kwam, dus een kroonordonnantie 8) was, en dat zij, voor zooveel Java en Madoera betrof, de ordonnanties vervat in Stb. 1866 no. 57, jo. 1871 no. 145 en 1885 no. 136 buiten werking stelde.

Deze nieuwe voorschriften golden dus alleen voor Java en Madoera en de administratief daartoe behoorende kleinere eilanden.

Hoofdbeginsel was, dat vestiging van vreemde Oosterlingen vrij zou zijn op alle plaatsen, zooals in artikel 2 van het bepaalde in Stb. 1910 no. 538 bedoeld, dat zijn : de hoofdplaatsen van gewesten, afdeelingen, districten of onder-districten, plaatsen waar wijken voor hun landaard waren en zekere door hetHoofd van gewestelijk bestuur aan te wijzen marktplaatsen. Die vrijheid werd beperkt door het voorschrift, dat op plaatsen, waar een wijk voor hun landaard was ingesteld, zij binnen die wijk moesten wonen, en dat daar, waar het zielental der vreemde Oosterlingen honderd of meer bedroeg, voor dien landaard eene wijk moest worden ingesteld4). De Vorstenlanden werden uitgezonderd. Vestiging buiten deze plaatsen was geoorloofd aan hen, die op het tijdstip van de afkondiging dezer verordening buiten die plaatsen gevestigd waren, of daartoe krachtens eene vergunning als bedoeld in artikel 2 tweede lid — dan wel ingevolge artikel 4 van het bepaalde in Stb. 1866 no. 57 — het recht hadden 5). Dit recht gold mede voor de gezinnen der betrokkenen en hunne afstammelingen. Ook mochten zij die daartoe vergunning

Ü Handelingen 1910—1911, aanhangsel blz. 6. *) Fromberg, blz. 35. ») Zie blz. 78.

*) In verband met dit voorschrift werden bij gouvernementsbesluit in Stb. 1916 no. 679 het grootste gedeelte der op Java en Madoera ingestelde Chineesche wijken en eenige andere wijken voor vreemde Oosterlingen geen Chineezen zijnde, opgeheven.

6) Bij het bepaalde in Stb. 1910 No. 537 wordt dus het voorgeschrevene in Stb. 1866 no. 57 ingetrokken, terwijl daarbij tegelijkertijd naar die bepalingen wordt verwezen.

Sluiten