Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

178

voldoening waaraan met den sterken arm tot ontruiming zou worden overgegaan op kosten van den veroordeelde.

Deze strafbepaling echter is bij de invoeringsverordening strafwetboek (Stb. 1917 no. 497) niet gehandhaafd, en zou derhalve met ingang van 1 Januari 1918 — den dag waarop het wetboek van strafrecht voor Nederlandsch-Indië in werkingtrad (Stb. 1917 no. 645) — vervallen zijn, ware niet voordien de geheele regeling buiten werking gesteld door het van kracht worden der verordening in Stb. 1916 no. 264

Ware dat niet het geval geweest, dan had men dit voorschrift voortaan straffeloos kunnen overtreden.

De bevoegdheid der overheid om een vreemden Oosterling, na genoemden datum wonende op een plaats hem niet toegestaan, middels politiedwang te verwijderen, zou echter altijd hebben bhjven bestaan. Onjuist is daarom, wat geschreven staat op blz. 490 van het Indisch Tijdschrift van het recht dl. 109 jg. 1917, dat — als Stb. 1916 no. 264 niet bestaan had — vanaf begin 1918 het den vreemden Oosterling vrij stond zich te vestigen of te wonen waar hij wilde.

Deze voorschriften nu hebben onmiskenbaar de kenteekenen van tweeslachtigheid. Duidelijk is m.i. hier te bemerken, dat de regeering het midden wilde houden tusschen twee stroomingen, die vóór en die tegen de Chineezen.

Zeker, de vreemde Oosterlingen kregen hier meer vrijheid in de keuze hunner woonplaats, maar hoe voorzichtig werd die meerdere vrijheid toegekend en hoeveel werd niet overgelaten aan het gewestelijk of plaatselijk bestuur. De beslissing, of een vreemde Oosterling al dan niet in een dessa zou mogen wonen en ook of hij zich buiten de wijk van zijn landaard zou mogen vestigen, werd dus als regel aan de Hoofden van gewestelijk bestuur overgelaten. Dat was een gevaarlijk principe, want eenheid van toepassing van dit voorschrift, mocht als gevolg daarvan niet worden verwacht, wat natuurlijk de bestaande ontevredenheid onder de Chineezen niet zou verminderen.

De regeering achtte het dan ook noodig bij een uitvoerig rondschrijven (B.B. 7361) de verordening toe te lichten. Zij gaf daarbij

i) Blz. 181.

Sluiten