Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

186

Europeanen.

Sedert 1870 golden voor het wonen van Europeanen in de Vorstenlanden geen bijzondere voorschriften meer; in dien toestand kwam ook na 1900 geene wijziging.

AFDEELING TL, BUITENGEWESTEN. §1. Rechtstreeks bestuurd gebied. Inlanders.

In verband met het woonrecht van deze bevolkingsgroep is, na hetgeen daaromtrent hiervoor*) is medegedeeld, nog melding te maken van eenige plaatseüjke regelingen bevolkingsregistratie betreffende.

Achtereenvolgens werden door het gewestelijk bestuur van Celebes, Atjeh, Djambi en West-Borneo bij besluiten van 18 Januari 1907, 27 Maart 1907, 6 Augustus 1907, en 22 Februari 1913 in het belang van orde en veiligheid regelingen getroffen ten aanzien van de registratie van de manneUjke inheemsche bevolking van die ressorten

Voor Colebes bestond een dergeüjke veiligheidsmaatregel bkjkbaar reeds vroeger voor de bevolking van de in dat gewest gelegen zelfbesturende rijken, zoodat de aangehaalde verordening alleen betrof de mannebjke inheemsche bevolking, voor zoover gevestigd in het rechtstreeks bestuurd gebied van dat gouvernement met uitzondering van de gemeente Makasser ; in West-Borneo gold die maatregel niet aUeen voor de mannelijke inheemsche bevolking, doch voor alle mannelijke Inlanders en met hen gelijkgestelden. Volgens al die regelingen moesten de zoo juist genoemde volwassen personen (in Atjeh personen, die den leeftijd van 16 jaren hebben bereikt) worden opgenomen in een register en daarbij werd aan eiken geregistreerde een kampongkaart uitgereikt. Deze kaart moest de betrokkene altijd bij zich hebben om deze op aanvrage aan bepaald aangewezen personen te kunnen vertoonen ; verhuisde iemand naar een andere kampong, dan moest hij zijn kaart op zijn meuwe

i) Blz.' 100 e.v.

») Afgekondigd in de Javasche Couranten van 6 April 1907, 30 April 1907, 11 Februari 1908 en 11 April 1913.

Sluiten