Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

198

zijn van een pas en werd b. v. een Chinees te Pasar Senen woonachtig gedwongen een pas aan te vragen om te Meester Cornelis de kerk van den zendeling te mogen bezoeken. x)

Haast overal werd aan Chineezen een pas geweigerd wanneer zij achterstallig waren in de afbetaling hunner belastingen, iets wat natuurlijk geheel onwettig was.

De Chineesche beweging kantte zich dan ook sterk tegen het passenstelsel, en dank zij de actie daarvan uitgaande werd bij ordonnantie van 22 September 1904 (Stb. 1904 no. 378) dat stelsel voor vreemde Oosterlingen, ingezetenen van Nederlandsch-Indië zijnde, in het belang van handel en nijverheid niet onaanzienüjk gewijzigd.

Moesten deze heden tot dan toe voor reizen zoo te land over Java en Madoera, als overzee altijd voorzien zijn van een pas, in 1904 werd hun voor het eerst vergund soms zonder een pas te reizen. Waren zij toch ter goeder naam en faam bekend, dan kon hun door het Hoofd van het gewest hunner inwoning eene schriftelijke vergunning worden verleend, om, zonder voor elke reis van een pas te zijn voorzien, zich op Java en Madoera per spoor of tram te begeven naar aan de spoor of tramlijn gelegen hoofdplaatsen van gewesten, afdeelingen en districten in één of meer in die vergunning aangeduide residentiën, Soerakarta en Djokjakarta uitgezonderd. Deze vergunningen konden ten allen tijde worden ingetrokken en werden uiterlijk voor den tijd van een jaar verleend.

Intrekking der vergunning geheel of gedeeltelijk zou geschieden door de autoriteit die ze verleende, ook wanneer deze meer dan een gewest betrof. Bij verschil van meening tusschen de betrokken Hoofden van gewestelijk bestuur omtrent de wènschehjkheid deze vergunning in te trekken, besliste de Gouverneur-Generaal. In afwachting van deze beslissing kon een verleende vergunning door een Hoofd van gewestelijk bestuur, voor zooveel zijn gewest betrof, worden geschorst. Werd gebruik gemaakt van een ten behoeve van een ander persoon verleende schriftelijke vergunning, dan werd de overtreder gestraft zooals omschreven in Stb. 1874 no. 140 ten aanzien van hen die gebruik maakten van een aan een ander uitgereikten reispas. Dit was dus een vergemaldieüjking van het reizen, maar hoe voorzichtig werd die meerdere vrijheid gegeven !

l) Ons Volksbestaan 1906, no. 9 en 10.

Sluiten