Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

208

Nauwkeurig werd nu omschreven wat onder „landstreek" hier moest worden verstaan1).

Voor deze personen bleef de mogelijkheid opengesteld om zich voor deze reizen toch van een pas te voorzien, welke nU niet alleen zou kunnen worden afgegeven door het Hoofd van gewestelijk of plaatselijk bestuur, doch ook door daartoe door het gewestelijk bestuurshoofd aan te wijzen ambtenaren. Dit laatste was dus een vergemakkehjking van den toestand.

Uitgezonderd op deze regelen werden de hierbedoelden, die als werklieden voor ondernemingen van land- en mijnbouw van elders werden aangevoerd, zoolang zij op die ondernemingen in dienst waren. Wat betreft de verplichting tot aanmelding van deze lieden bij aankomst op de plaats hunner bestemming, alsook tot verplicht gebruik van een pas bij reizen overland en overzee buiten de landstreek hunner inwoning, veranderde de toestand niet.

Inlanders die niet in het gewest Menado te huis behoorden, alsmede de vreemde Oosterlingen moesten zich ook toen nog voor reizen zoo overland als overzee, hetzij binnen hetzij buiten dat gewest voorzien van een pas.

Deze pas was echter toen niet alleen verkrijgbaar bij het Hoofd van gewestelijk of plaatselijk bestuur doch ook bij de door den resident aangewezenen ambtenaren of hoofden. Was zulks voor de facultatieve passen eene vergemakkehjking, zooveel te meer was dit het geval voor de verplichte passen. Ook moet als een tegemoetkoming aan de hierbedoelden worden beschouwd, dat het voortaan mogelijk was langer op een plaats te verblijven dan op den pas was aangeteekend ; de reiziger kon nu toch aan de tot de afgifte van passen bevoegde autoriteit in wiens ressort hij vertoefde het verzoek doen zich aldaar langer te mogen ophouden.

Ten slotte werd nog de verpüchting tot het doen viseeren dezer passen beperkt tot de plaatsen aan de reisroute gelegen — de bestemmingsplaats daaronder begrepen—waar Hoofden van plaatselijk bestuur of door den residemt daartoe aangewezen ambtenaren of hoofden gevestigd waren. Wat betreft den geldigheidsduur dezer passen, alsook wat aangaat de gronden waarop zij konden worden afgegeven dan wel geweigerd, zoomede de strafbedreiging gesteld tegen overtreding der verplichtingen uit deze verordening voorti) Zie ook Stb. 1905 no. 531.

Sluiten